Achter hem of achter zich?

Illustratie: Arthur Reinders Folmer

Bij de Taaladviesdienst krijgen we op gezette tijden vragen over de keuze tussen hem en zich, en tussen haar en zich of tussen hen en zich. Het gaat dan om zinnen als ‘Rob keek naar de passagier naast hem/zich’ en ‘Ada wees naar de mensen om haar/zich heen.’

Eerst de basis. Bij werkwoorden die standaard wederkerend zijn, is alleen zich mogelijk: ‘Ada vergist zich.’ Het gaat dan om handelingen die alleen op het onderwerp zélf betrekking kunnen hebben. Je kunt bijvoorbeeld niet iemand anders ‘vergissen’.

Er zijn ook werkwoorden die soms wederkerend zijn en soms niet. Daarbij hangt de keuze af van de betekenis. ‘Rob scheert zich’ betekent dat Rob zichzelf scheert; ‘Rob scheert hem’ betekent dat Rob – die bijvoorbeeld kapper is – iemand ánders scheert, die kort daarvoor genoemd is.

Maar na voorzetsels (zoals naast, voor en achter) is het minder rechttoe-rechtaan, want dan is vaak zowel zich als hem/haar/hen mogelijk – en soms is het nog dubbelzinnig ook. Een zin als ‘Hans doet de deur achter zich dicht’ is duidelijk. Maar ‘Hans doet de deur achter hem dicht’ is dubbelzinnig: dat kan hetzelfde betekenen als de zin met zich, maar óók dat Hans de deur achter een andere man dichtdoet.

Die dubbelzinnigheid van zo’n zin met hem, haar en hen is geen probleem als het door de context duidelijk is dat je naar het onderwerp verwijst. Als dat niet zo is, kun je beter voor zich kiezen.

Nieuw op Onzetaal.nl

Op onze website beschrijven we een grote variëteit aan taalkwesties en uitdrukkingen. Elke maand komen er nieuwe bij – onlangs bijvoorbeeld deze.

Weglatingsteken in citaat
Als je in een lang citaat een deel weglaat, kun je dat aangeven met haakjes en puntjes: (...) of [...]. Sommige redacties gebruiken alléén puntjes of juist een liggende streep. Het is een kwestie van huisstijl. Bij Onze Taal gebruiken we ronde haakjes en puntjes: “Dit kabinet zal zich (...) aan zijn beloftes houden.”
Meer uitleg over het weglatingsteken in citaat.

Euvel duiden
Iemand iets euvel duiden betekent ‘iemand iets kwalijk nemen’. Euvel betekent hier ‘kwaad, slecht’; het is verwant met het Engelse evil en het Duitse übel. Duiden betekent ‘uitleggen’. Met ‘Hopelijk duidt u het mij niet euvel’ zeg je dus dat je hoopt dat de ander jouw handeling niet op een slechte manier uitlegt – oftewel dat diegene het je niet kwalijk neemt.
Meer uitleg over euvel duiden.

Eraan of er aan
Je schrijft eraan als één woord in zinnen als ‘Je moet eraan denken’ en ‘Ik heb eraan gedacht.’ Eraan verwijst naar datgene wáár iemand aan denkt; dat is dan kort daarvoor genoemd. Er kan ook een bijzin volgen: ‘Heb je eraan gedacht dat oma komt eten?’, ‘We moeten eraan denken om de planten water te geven.’
Meer uitleg over eraan (als één woord) of er aan (los gespeld).

Alle taalkwesties vind je hier.

Afgevoerd naar het ziekenhuis

In berichten over ongevallen lees je soms zinnen als: ‘Het slachtoffer is afgevoerd naar het ziekenhuis.’ Dat kan een beetje cru overkomen op (taal)gevoelige mensen. Afvoeren kan namelijk doen denken aan ‘zonder toestemming of zelfs tegen je wil vervoeren’ en ook aan ‘afgeschreven worden als iets waardeloos’. Is dat gevoel terecht?

Op het eerste gezicht niet. Afvoeren heeft onder meer de algemene betekenis ‘naar elders vervoeren of begeleiden’. Er is dus op zichzelf niets mis met slachtoffers afvoeren. Maar wel komt het vooral voor in combinaties als een gevangene afvoeren en iemand wegens wanbetaling afvoeren van een ledenlijst. Ook wordt afvoeren vaak gebruikt in combinatie met afval en (riool)water. Dat leidt allemaal wel degelijk tot het gevoel dat afvoeren gebeurt met ongewenste individuen en dingen.

Er is dus wel iets voor te zeggen om wat hoffelijker te zijn en te spreken over slachtoffers naar het ziekenhuis vervoeren, brengen of overbrengen.

Onlangs in De Taalstaat: zegde of zei

Rutger Kiezebrink in de studio van ‘De Taalstaat’

Elke zaterdag beantwoorden we een luisteraarsvraag in het radioprogramma De Taalstaat. Onlangs was de vraag: is het ‘BBB zegde steun toe’ of ‘BBB zei steun toe’?

Taaladviseur Rutger Kiezebrink: “Het kan allebei, maar zegde toe is het gebruikelijkst. De verleden tijd zei gebruik je vooral als zeggen in een min of meer letterlijke betekenis gebruikt wordt, die iets met het uitspreken van woorden te maken heeft: ‘De voorzitter zei dat hij het een leuk feest vond’, ‘Hee, zei je het antwoord nou voor?’, ‘De kleuter zei een versje op.’ En ook bijvoorbeeld in de afgeleide betekenis ‘duidelijk maken’: ‘De brief zei me niet veel.’

Bij werkwoorden die weinig meer met letterlijk ‘iets zeggen’ te maken hebben, zoals afzeggen, toezeggen, opzeggen (in de betekenis ‘iets beëindigen’) en ontzeggen, is zegde gebruikelijker: ‘Nicole zegde de afspraak af’, ‘De leden zegden steun toe’, ‘Ik zegde mijn abonnement op’, ‘Ze ontzegde zichzelf altijd heel veel.’ Zei is niet fout, maar komt een stuk minder voor.”