Babette Lemmer (69 jaar, sinds 2007 lid van Onze Taal) doceert Nederlands net over de Duitse grens.

Als je Babette Lemmer in de jaren zestig had verteld hoe gepassioneerd ze jaren later over taal zou praten, had ze je waarschijnlijk niet geloofd. De Duitse werd in 1956 geboren in de DDR, maar vluchtte op jonge leeftijd met haar familie naar West-Duitsland, waar ze de vakken Duits, Engels en Frans “met grote moeite” afrondde.

Pas toen ze in het Duitse Aken ging studeren, en in 1985 naar het nabijgelegen Nederlandse plaatsje Vaals verhuisde, bloeide haar liefde voor taal op. “Spannend” is het woord dat ze steeds weer in de mond neemt als ze het over taal heeft. “Bijvoorbeeld dat het Nederlandse slim, het Engelse slim en het Duitse schlimm heel verschillende betekenissen hebben. Zoiets blijft me eindeloos fascineren.” In Vaals woonde Babette acht jaar in een woongemeenschap, waar ze samen met de andere bewoners een natuurvoedingswinkeltje opende en regelmatig zelf achter de toonbank stond. “Ik volgde lessen Nederlands, die aangeboden werden door de gemeente. Maar mijn echte leermeesters waren mijn klanten in de winkel, met wie ik echte gesprekken kon oefenen.”

Na “heel wat omwegen” ging Babette eind jaren negentig zelf lesgeven in het Nederlands. Eerst op basisscholen in Aken, waar ze eigen lessen voor ontwikkelde. “Die waren geïnspireerd op de vrije school van mijn kinderen, waar je talen spelenderwijs leert. Ik heb zelf trouwens nooit Nederlands gestudeerd; ik begon te doceren omdat ik het leuk vond.” Sinds 2002 geeft ze les aan Duitse volwassenen, en ook daarin probeert ze nog altijd zoveel mogelijk taalplezier over te brengen. “We zingen bijvoorbeeld veel: in december sinterklaasliedjes, in maart Tulpen uit Amsterdam.” Ook bestelt ze elk jaar zo’n vijftien Taalkalenders voor haar studenten, zodat ze het Nederlands ook thuis op een speelse manier kunnen oefenen. “De taalkronkels op vrijdag zijn heerlijk, maar de puzzel op zaterdag is mij te moeilijk.”

Babettes favoriete artikelen uit Onze Taal hebben ook iets internationaals. “Die gaan bijvoorbeeld over de talen in Suriname, of over de vraag waarom het Nederlands in Indonesië niet is gebleven.” In essentie is taal er om te verbinden, vindt ze. “Hoe meer je leert over iemands taal en cultuur, hoe beter je iemand kunt begrijpen.” <<