Joeke Lemmens (14 jaar, sinds vorig jaar lid van Onze Taal) zit in de tweede klas van het Geert Groote College in Amsterdam.

Gedichten schrijven is een beetje als filosoferen, vindt Joeke Lemmens. “Het begint vaak met een vraag, en al schrijvende komen daar dan alleen maar méér vragen bij. Dat vind ik mooi: poëzie is er niet om dingen duidelijker te maken of antwoorden te bieden, maar daagt je uit om zelf dieper na te denken.”

Joeke begon rond haar achtste al met schrijven. Eerst korte verhaaltjes, maar al snel merkte ze dat poëzie haar beter afging. “Het helpt me om mijn gevoelens te begrijpen en mezelf beter te leren kennen. Ik schrijf vaak over kleine dingen, bijvoorbeeld over een reiger die bij een rivier zit. Als ik zoiets dan later teruglees, vind ik er soms betekenissen in waar ik me tijdens het schrijven niet bewust van was. Het is dan alsof er een lampje aangaat in mijn hoofd.” Inspiratie vindt ze in de boeken van Toon Tellegen en Thea Beckman, maar ook in Nederlandstalige muziek. “Bijvoorbeeld de songteksten van de band De Kift, omdat die samengesteld zijn uit citaten uit de wereldliteratuur.”

Je kunt van alles met taal, zoveel is Joeke wel duidelijk. “In de Nederlandse politiek draait het bijvoorbeeld vaak niet eens om wát je zegt, maar om hóé je het zegt. Ergens is dat wel stom, want het gaat in de Tweede Kamer heel weinig over de inhoud en er wordt veel tijd verspild aan ruziën. Maar ik blijf het interessant vinden hoe politici taal gebruiken om hun boodschap over te brengen.”

Voordat Joeke lid werd van Onze Taal, las ze het blad al regelmatig. “Mijn vader nam weleens een nummer mee naar huis. Dat vond hij dan in zo’n boekenkastje op straat. Ik heb niet echt een favoriete rubriek. De columns en langere artikelen ze tten me vaak aan het denken, maar ik vind het bijvoorbeeld ook altijd leuk om te leren over de herkomst van woorden.” Het lijkt haar wel wat om over een paar jaar Nederlandse taal- en letterkunde te gaan studeren. “Of anders Frans of Duits. Ik denk dat ik de rest van mijn leven wel gefascineerd zal blijven door taal.” <<