
Taalloket
Vragen die gesteld zijn aan de Taaladviesdienst van Onze Taal
Een adem( )benemende kwestie

Van de vragen die we bij de Taaladviesdienst krijgen, gaan er veel over het wel of niet aan elkaar schrijven van woorden. Vaak komen we daar wel uit, bijvoorbeeld als het gaat om voetbalopa, Spanjeliefhebber of WK-kwalificatie-interland, maar er zijn ook kwesties waar geen duidelijke regel voor is.
Bijvoorbeeld: is het wijn drinkende of wijndrinkende? Dat kan zomaar van de zin afhangen:
- Ik stond op de borrel tussen twee wijn drinkende collega’s.
- Hoeveel wijndrinkende collega’s heb jij eigenlijk?
Wat is het verschil? In de eerste zin gaat het over collega’s die net op dát moment, incidenteel misschien, wijn drinken: het is een situatieschets. In de tweede zin wordt een vaste eigenschap van collega’s bedoeld. Niet dat ze aldoor maar wijn drinken, maar dat ze – áls ze alcohol drinken – doorgaans voor wijn kiezen. Zo ook:
- We zagen een paar vlees etende roofvogels in de natuurfilm.
- Leeuwen zijn vleesetende dieren.
Die werkwoordsvorm met -nd of -nde aan het eind is het tegenwoordig deelwoord. Er zijn tal van vaste combinaties met een tegenwoordig deelwoord als tweede deel, zoals adembenemend, indrukwekkend en alleenstaand. De meestvoorkomende zijn in de woordenboeken opgenomen, maar lang niet alle mogelijke combinaties zijn daar te vinden. Op onze website zijn ook voorbeelden van vaste combinaties met een tegenwoordig deelwoord als tweede deel te vinden.
Een vuistregel is dat je heel goed voor aaneenschrijven kunt kiezen als er sprake is van figuurlijk gebruik, óf als het geheel een vaste eigenschap benoemt. Een adembenemende voorstelling doet je niet letterlijk naar lucht happen. Maar een garage gevuld met uitlaatgassen en verfdampen zou je wel een adem benemende ruimte kunnen noemen. En bij wijndrinkend of vleesetend gaat het erom dat deze woorden een vaste eigenschap beschrijven.
Overigens moet het allemaal wel een beetje ‘te schrijven zijn’. Als de combinatie langer is dan twee of drie woorden, kun je het vaak beter los schrijven, óf anders omschrijven. Collega’s die graag donker Belgisch trappistenbier drinken, kún je bijvoorbeeld wel donker-Belgischtrappistenbierdrinkende collega’s noemen, maar prettig leesbaar is dat niet. In sommige twijfel( )veroorzakende situaties moet je een pragmatische, knopen( )doorhakkende taalgebruiker zijn.
Nieuw op Onzetaal.nl
Op onze website beschrijven we een grote variëteit aan taalkwesties en uitdrukkingen. Elke maand komen er nieuwe bij – onlangs bijvoorbeeld deze.
Erop of er op
Je schrijft erop als één woord in zinnen als ‘Je moet erop rekenen (dat …)’ en ‘Ik heb erop gerekend.’ Erop verwijst naar datgene wáár iemand op rekent. Dat is dan kort daarvoor genoemd, óf het staat in een bijzin, zoals in: ‘Heb je erop gerekend dat ik wil blijven eten?’
Meer uitleg over erop (als één woord) of er op (los gespeld).
Dit is waarom …
Vooral online zie je veel nieuwskoppen met ‘Dit is waarom …’ of ‘Dit is hoe …’ Ze zijn bedoeld om meer websitebezoekers te trekken. Hoewel deze zinnen grammaticaal mogelijk zijn in het Nederlands, vinden veel mensen ze niet zo fraai. Ze lijken namelijk letterlijk uit het Engels vertaald te zijn.
Meer uitleg over de constructie ‘Dit is waarom …’.
Eigen schuld, dikke bult
‘Eigen schuld, dikke bult’ drukt uit: je hebt het aan jezelf te wijten. Het gaat hier niet om een bult die je krijgt als je je stoot of een klap krijgt. Met bult is een bochel bedoeld: een hoge, kromme rug. Vroeger werden lichamelijke afwijkingen vaak gezien als een straf van God: het was als het ware ‘je eigen schuld’ dat je die had.
Meer uitleg over Eigen schuld, dikke bult.
Is het: de spits mijden of vermijden?
De werkwoorden vermijden en mijden kunnen allebei ‘uit de weg gaan’ betekenen. Wel is mijden vaak stelliger of negatiever: ‘Ik mijd de spits op dinsdag’ drukt uit dat je écht de weg niet op gaat, omdat je een hekel hebt aan de spits. Zo ook ‘Vermijd/Mijd de zon tussen 12.00 en 15.00 uur’: vermijd klinkt voor veel mensen meer als een suggestie, mijd eerder als een gebod. Het is dus niet gek dat in de uitdrukking iets/iemand mijden als de pest alleen mijden voorkomt.
Vermijden heeft nog een andere betekenis: ‘voorkomen dat iets gebeurt of ontstaat’, zoals in ‘Laten we dubbel werk vermijden.’ Daardoor is vermijden soms dubbelzinnig. Bijvoorbeeld: ‘Probeer lange wachtrijen te vermijden.’ Dit kan inhouden dat je – als winkelier – moet zorgen dat er geen wachtrijen ontstaan, maar ook dat je – als klant – moet voorkomen dat je in zo’n rij terechtkomt. Want lange wachtrijen: die mijden we doorgaans als de pest.
Onlangs in De Taalstaat: Beuk(enboom)

Elke zaterdag beantwoorden we een luisteraarsvraag in het radioprogramma De Taalstaat. Onlangs was de vraag: waarom bestaan de woorden eikenboom en beukenboom, als je ook gewoon eik en beuk kunt zeggen?
Taaladviseur Fieneke Jochemsen: “Ook al voegt -boom niet echt iets toe, het kan toch een functie hebben om beukenboom te zeggen in plaats van beuk. Je helpt de luisteraar om het woord direct in de juiste categorie – namelijk: boomsoort – te plaatsen.”
“Dat lijkt misschien niet zo nodig, maar het is een vrij normaal fenomeen om de categorie toe te voegen aan het eind van een woord. Bij veel benamingen van diersoorten is dat ook gebeurd. Soms kennen we de korte, oorspronkelijke vorm zelfs helemaal niet meer.”
“Vroeger heette een walvis kortweg wal (vergelijk het Engelse whale) en een kraanvogel gewoon kraan. Door daar vis en vogel achter te plakken, was meteen duidelijk dat je met wal en kraan diersoorten bedoelde, en het niet had over een kade of een hijswerktuig.”
