Woorden benadrukken: hóé en waaróm?

Illustratie: Arthur Reinders Folmer

De vraag komt vaak langs: als je een woord als wel of de wilt benadrukken, welk teken gebruik je dan? We antwoorden dan dat het nadrukteken áltijd hetzelfde is: het accent aigu, oftewel het streepje van linksonder naar rechtsboven. En dus schrijf je wél en dé. Ja maar, werpen mensen dan soms tegen: dan lees je toch ‘weel’ en ‘dee’?

Dat zijn vaak mensen die geleerd hebben dat je op korte klinkers een accent grave (van linksboven naar rechtsonder) gebruikt: wèl, dàn, waaròm. En ja, dat wás ooit de regel. Alleen is die in 1995 afgeschaft; sindsdien wordt alleen nog het accent aigu als nadrukteken gebruikt (en soms twee accenten).

In een overzichtje:

Waarom is dat veranderd? Onder meer omdat de oude regel tot verwarring kon leiden over de vraag wat ‘kort’ of ‘lang’ inhield. De ie in niet klinkt voor veel mensen bijvoorbeeld korter dan in nier (maar daar ging het in de regel niet om). Of er werd gedacht dat ‘kort’ sloeg op alle klanken die je met één klinker schreef, waardoor mensen nà en gròte schreven. Maar het ging in feite alleen om klinkers die je in een gesloten lettergreep met één letter schreef: dan, met, dit, nog, zult.

Sommige taalkundigen vonden de regels te complex voor zo’n toch wat futiele kwestie. Al in de jaren vijftig werd in Onze Taal betoogd dat het eenvoudiger moest kunnen. Overigens bleef het daar lange tijd bij; in de jaren zestig en zeventig was het stil rondom het nadrukteken.

In 1989 kwam de kwestie weer ter sprake in het blad. De regel werd opnieuw lastig toepasbaar genoemd, ook voor “goedwillende, ervaren taalgebruikers”. Onze Taal besloot vanaf toen alleen nog accent aigu’s te gebruiken voor nadruk – iets wat ook het gezaghebbende taaladviesboek de Schrijfwijzer destijds al als optie gaf – en bovendien alleen nadruktekens te gebruiken als het écht nodig was. De klacht dat je dé als ‘dee’ kon lezen, werd weerlegd met het argument dat je dè óók niet automatisch goed uitspreekt: dat kun je ook als ‘dèh’ lezen.

Zes jaar later werd dit ook de officiële regel. Die zegt nu dus al drie decennia dat je voor nadruk altijd een accent aigu gebruikt (en soms twee). Op zich is dat simpeler, maar blijkbaar sluit die regel nog steeds niet voor iedereen aan bij de intuïtie.

Nieuw op Onzetaal.nl

Op onze website beschrijven we een grote variëteit aan taalkwesties en uitdrukkingen. Elke maand komen er nieuwe bij – onlangs bijvoorbeeld deze.

U kunt of u kan
‘U kunt ons helpen’ en ‘U kan ons helpen’ zijn beide juist. In Nederland wordt in verzorgde schrijftaal meestal u kunt gebruikt; in België zijn ze gelijkwaardig. Voor ‘U wilt/wil dit vast weten’ en ‘U zult/ zal binnenkort meer horen’ geldt hetzelfde.
Meer informatie over:

Staat/staat
Het woord staat krijgt meestal een kleine letter: ‘Italië is een soevereine staat.’ Toch is de Staat met een hoofdletter soms ook goed te verdedigen, vooral als het gaat om de overheid als rechtspersoon: ‘Ze spant een proces aan tegen de staat/Staat.’ Dit is niet in een regel vastgelegd, maar het komt in de praktijk vrij veel voor – net als bij het Rijk.
Meer informatie over Staat (met hoofdletter) of staat (zonder hoofdletter).

Kind noch kraai
Als je kind noch kraai hebt, ben je helemaal alleen. De uitdrukking luidde ooit kind noch craet hebben. Craet betekende ‘gekraai’ (van een haan). Als je geen familie in huis had én geen kippen of hanen op je erf, was het duidelijk dat je er alleen voor stond. Craet veranderde later in kraai.
Meer informatie over kind noch kraai.

Alle taalkwesties vind je hier.

Is het Je vingers erbij aflikken of opeten?

‘Het is zó lekker; je likt je vingers erbij af!’ betekent dat het eten verrukkelijk is. Maar je kunt ook zeggen: ‘Het is zó lekker; je eet je vingers erbij op!’

Ergens je vingers bij aflikken hield eigenlijk in: iets zó lekker vinden dat je ook alles aflikt wat aan je vingers blijft zitten (sausresten, kruimels, chocola, enzovoort). Daardoor kreeg het de figuurlijke betekenis ‘iets heel lekker vinden’ – en ook in het algemeen ‘ergens enorm van genieten’, zoals in een wedstrijd om je vingers bij af te likken.

Je vingers opeten is van oorsprong eigenlijk minder positief. Aanvankelijk at je je vingers namelijk alleen op van ergernis of van spanning (net als je nagels). Je maakte je dan zó druk dat je onwillekeurig op je vingers begon te knagen. Maar al in de jaren vijftig kwam je vingers erbij opeten voor als het om lekker eten ging. ‘Je eet je vingers erbij op!’ wil dan zeggen dat je in je gulzigheid bijna je tanden in je vingers zet.

Onlangs in De Taalstaat: zouteloos en ongezouten

Rutger Kiezebrink in de studio van ‘De Taalstaat’

Elke zaterdag beantwoorden we een luisteraarsvraag in het radioprogramma De Taalstaat. Onlangs ging de vraag over het figuurlijk gebruik van zouteloos en ongezouten: een zouteloze grap is flauw, maar ongezouten kritiek is juist flink pittig. Hoe kan dat?

Taaladviseur Rutger Kiezebrink: “Bij zouteloos, ‘flauw’, is de letterlijke betekenis ‘zonder zout’ goed herkenbaar. Maar bij ongezouten moet je niet denken aan een flauwe maaltijd zonder zout. Dat woord heeft te maken met de uitdrukking iets met een korreltje zout nemen. Die uitdrukking komt uit het Latijn: bij de Romeinen stond zout symbool voor een scherpe geest en nuchter verstand.”

“Als je iets met een korreltje zout neemt, kijk je er dus met gezond verstand naar: je beoordeelt het met enig voorbehoud. Als je dat relativerende voorbehoud – dus dat korreltje zout – níét hebt bij je oordeel, ben je zonder zout bezig, oftewel ‘ongezouten’. En zo kan het dat ongezouten kritiek volkomen ‘zonder voorbehoud’ is.”