Onderzocht: dank voor ‘je’ of ‘jouw’ antwoorden?

Illustraties: Arthur Reinders Folmer

Bij ons Taalloket krijgen we al zo’n twintig jaar vragen over je en jouw. Daarbij is er iets opmerkelijks aan de hand. De ene groep vraagstellers vindt dat je in ‘Mag ik je pen even?’ er verdacht nonchalant uitziet. Zij vermoeden dat ‘Mag ik jouw pen even?’ netter is. En soms zelfs dat je pen fout is, net als me pen in plaats van mijn pen. De andere groep vraagstellers zet juist vraagtekens bij jouw in ‘Mag ik jouw pen even?’ Zij vragen zich af of jouw hier té nadrukkelijk is.

Dat je pen eenzelfde geval is als me pen is zeker niet waar. Je komt al eeuwenlang voor als onbeklemtoonde vorm van jouw en is nooit als fout beschouwd. Er is ook geen bezwaar tegen jouw in ‘Mag ik jouw pen even?’ Dat geldt zeker als er nadruk ligt op jouw, bijvoorbeeld als je tegen je kamergenoot zegt: ‘Ik heb geen pen bij me. Mag ik jouw pen even?’

Maar er lijkt iets te verschuiven bij de keuze voor je en jouw. Om daar meer over te weten te komen hielden we een peiling onder onze volgers op LinkedIn en de abonnees van Taalpost. Ruim vijfhonderd mensen deden mee. We legden ze zinnen voor waarin naast je of jouw ter afleiding ook omstreden constructies verstopt zaten, zoals ik besef me en zo optimaal mogelijk. Dit waren de uitkomsten:

  • Het gebruik van je viel niet op. Niemand merkte op dat je in bijvoorbeeld je grenzen leren aangeven te informeel of fout zou zijn.
  • Het gebruik van jouw viel wél op. Zo verbeterde een vijfde van de respondenten tegemoetkomen aan jouw wensen in tegemoetkomen aan je wensen, waarbij een paar keer het woord ‘schreeuwerig’ viel. Ook noemden sommigen nu uw als beleefder alternatief, wat bij de zinnen met je niet gebeurde.
  • Bij sommige zinnen hadden oudere respondenten iets vaker een bezwaar tegen jouw dan jongere. In bijvoorbeeld de zin ‘Gefeliciteerd met jouw aankoop’ streepte 40% van de 40-plussers jouw aan, tegen 27% van de 40-minners.
  • Bij vaste uitdrukkingen, zoals een bord voor je/jouw kop hebben, kiest vrijwel iedereen (oud én jong) voor je.
  • Er was geen verschil tussen de oordelen van Belgische en Nederlandse respondenten.
  • De verschillen waren meestal klein. De keuze voor je of jouw is dus vooral een kwestie van persoonlijke voorkeur.

Wat kun je hieruit meenemen voor de praktijk? Ga bij twijfel gerust af op je/jouw intuïtie, maar wees niet bang om je te gebruiken als er geen nadruk op ligt.

Nieuw op Onzetaal.nl

Op onze website beschrijven we een grote variëteit aan taalkwesties en uitdrukkingen. Elke maand komen er nieuwe bij – onlangs bijvoorbeeld deze.

Dat jasje, is hij/het te koop?
Voor steeds meer taalgebruikers is het normaal om met hij en hem naar het-woorden als jasje te verwijzen. Dat komt vooral vaak voor in gesproken en informele geschreven taal. In zakelijke en formele teksten kun je beter het gebruiken.
Meer informatie over verwijzen naar het-woorden.

Hoogopgeleid / theoretisch opgeleid?
De laatste jaren krijgen de termen theoretisch opgeleid en praktisch opgeleid vaak de voorkeur boven hoogopgeleid en laagopgeleid. Is dat terecht? Zijn er betere manieren om iemands opleidingsniveau te benoemen?
Meer informatie over hoogopgeleid of theoretisch opgeleid.

Iets aan je laars lappen
Als je een regel aan je laars lapt, houd je je er niet aan. Oorspronkelijk betekende dit dat je het ‘aan je laars plakt’. Dat komt dicht in de buurt van ergens je voeten aan afvegen. Het is dus duidelijk dat iets aan je laars lappen het tegenovergestelde is van respectvol gehoorzamen.
Meer informatie over iets aan je laars lappen.

Alle taalkwesties vind je hier.

Is het: oude wijn of oude zakken?

Als je vindt dat een nieuwe afspraak niet tot een wezenlijke verandering leidt, zeg je dan ‘Het is nieuwe wijn in oude zakken’ of ‘Het is oude wijn in nieuwe zakken’? Of kan het allebei?

Het kan allebei. De oorspronkelijke uitdrukking is ‘Het is nieuwe wijn in oude zakken.’ De bron daarvan is een waarschuwing in de Bijbel om geen nieuwe wijn in oude leren zakken te bewaren, want die kunnen dan scheuren. Nieuwe (jonge), nog wat gistende wijn moet in een nieuwe zak worden bewaard, want vers leer rekt nog wat mee. In de uitdrukking ‘Het is nieuwe wijn in oude zakken’ staat nieuwe wijn voor een oppervlakkige vernieuwing, en oude zakken voor oude structuren die ongewijzigd blijven.

De variant ‘Het is oude wijn in nieuwe zakken’ komt ook al eeuwen voor en is inmiddels gebruikelijker. Daarin staat oude wijn voor ‘oude inhoud’, dus: ‘hetzelfde liedje’. De nieuwe zakken zijn een symbool voor ‘een nieuwe buitenkant’. ‘Het is oude wijn in nieuwe zakken’ betekent dus: ‘het uiterlijk is nieuw, maar de inhoud is hetzelfde’.

Onlangs in De Taalstaat: spookrijder

Roos de Bruyn in de studio van ‘De Taalstaat’

Elke zaterdag beantwoorden we een luisteraarsvraag in het radioprogramma De Taalstaat. Onlangs stelde een Engelstalige leerder van het Nederlands de vraag: waar komt het woord spookrijder vandaan?

Taaladviseur Roos de Bruyn: “In 1978 stond voor het eerst een bericht in een krant over een spookrijder die werd aangehouden op de snelweg. Een spookrijder duikt totaal onverwacht op, omdat die tegen het verkeer in rijdt. Je schrikt er als bestuurder natuurlijk enorm van, net als van een spookverschijning in een enge film.”

“De spook-vergelijking komt ook in andere talen voor, zoals in het Duitse Geisterfahrer (naast Falschfahrer), het Deense en Noorse spøgelsesbilist, en het Zweedse spökbilist en spökförare – maar deze talen gebruiken ook vaak omschrijvingen. Andere talen doen dat altijd, zoals het Engels met a person driving into oncoming traffic.”