
Bijnamen
Schrijver Tessa Leuwsha vanuit Suriname
Mammie, ik ben klaar hoor!” Door het raam bekijk ik mijn blinkende auto; ernaast staat Carwash trots te glimlachen. Hoe Carwash werkelijk heet, weet ik niet; hij scharrelt vaak in onze buurt rond. Omgekeerd noemt hij mij Mammie.
Het gebruik van bijnamen is in Suriname gangbaar. Onze trouwe tuinman kennen we als Vlam. Geen achternaam. Ik heb lang gedacht dat hij die bijnaam dankte aan zijn lichte uiterlijk, met in een ver familieverleden Hollands bloed. Maar niets bleek minder waar. Vlam was tijdens de Binnenlandse Oorlog eind jaren tachtig dienstplichtig geweest. Hij had mij een keer verteld dat hij in het oerwoud van Oost-Suriname moest vechten tegen het Junglecommando, een guerrillaleger dat streed tegen de militaire dictatuur. In het donkere bos had hij ’s nachts geen oog dichtgedaan en geschoten op alles wat bewoog. Vandaar zijn bijnaam: Vlam.
Veel bijnamen zijn verkleiningen. Ruud, een kennis van mij met een lengte van krap één meter vijfenzestig, wordt steevast Ruudje genoemd. Maar het gebeurt ook bij mijn zoon Rio, die één meter drieënnegentig is en als troetelnaam Rietje heeft, wat korter klinkt maar toch echt meer letters heeft. Ook komen meer klankmatige naamswijzigingen voor, zoals het stoere Stanga voor Stanley, en bijnamen op grond van uiterlijk, zoals Snow voor iemand met grijs haar. Maar veruit de bekendste bijnamen zijn die van beroemde of beruchte personen. Neem Brunsi voor Ronnie Brunswijk, voormalig leider van dat Junglecommando. Of Bouta voor Desi Bouterse, oud-bevelhebber van het leger en destijds Brunswijks rivaal, later president.
Terug naar Carwash. Buiten bekijk ik goedkeurend zijn werk.
“Kijk, Mammie, zelfs de oksels van de auto zijn schoon.”
“Oksels?”
Hij wijst naar de binnenkant van de wielkappen.
Met een beheerste glimlach zeg ik voor de zoveelste keer: “Carwash, ik ben je mammie niet.”
Tessa Leuwsha
