Mensen zoals ik, met een dialect als moedertaal, zijn een verdwijnende soort. Tussentaal – iets tussen standaardtaal en dialect – rukt overal in Vlaanderen op. Daarmee verdwijnt ook onze gewoonte om te wisselen tussen varianten van het Nederlands, naargelang onze gespreksgenoten, situatie en locatie.

Elk gesprek weer voel je als dialectspreker welke sociale vaardigheden je hebt geleerd op welk punt in je leven. In het West-Vlaams kan ik wendbaar vloeken, beledigen, improviseren en bullshitten. Dat waren niet toevallig ook de vaardigheden die het belangrijkste waren voor een plattelandsjongen in de jaren tachtig. Gevoelens verwoorden in mijn dialect, dat voelt dan weer alsof ik met een rugbybal moet voetballen. Met verwoorde gevoelens riskeerde je op school in West-Vlaanderen dan ook enkel gepest te worden.

De liefde verklaren kan ik het makkelijkst in het algemeen Nederlands. Ligt dat aan het grotere emotionele vermogen van die taal, of aan het feit dat ik tijdens mijn hogere studie aan de lopende band verliefd werd op studentes letteren en wijsbegeerte? Bij hen moest het netjes verwoord en uitgesproken zijn. Helaas ging uitmaken voor hen ook het makkelijkst in algemeen Nederlands, waarna ik West-Vlaams vloekend vertrok met de staart tussen de benen.

Tussentaal, in alle schakeringen, leerde ik pas als derde variant van het Nederlands aan. Daarin gaat complimenten geven dan weer verrassend makkelijk. Misschien was ik, na die dramatische verliefdheden, eindelijk klaar voor een onvoorwaardelijke warmte in vriendschappen? Ook gepassioneerd discussiëren gaat het vlotste in tussentaal.

De beste gesprekken heb ik als ik elke taalvariant nodig heb. Zo voerde ik een tijdje geleden met mijn beste vriend een verhitte politieke discussie in tussentaal. Hij had betere argumenten dan ik, dus ging ik West-Vlaams vloekend en scheldend ten onder. Nadat een streekbier me wat had gekalmeerd, verklaarde ik in algemeen Nederlands mijn grote vriendschap voor hem, omwille van zijn argumentatievermogen en vechtlust. Pas uren en vele streekbieren later nam ik afscheid van hem. Dat deed ik in het Zatlaps.

Wouter Deprez