In heel Europa worden regionale talen en dialecten verdrongen door de nationale taal. Streektaalactivisten proberen daar verandering in te brengen. Maar is het tij nog te keren?

Het was groot nieuws, in maart van dit jaar: in de Italiaanse regio Zuid-Tirol werd het gebruik van de streektaal tijdens vergaderingen van het regionale parlement verboden. Streektaal spreken was volgens de president van de regio weinig respectvol. Maar misschien nog belangrijker: het zou lastig zijn voor de automatische ondertiteling op YouTube.

Het was groot nieuws, maar alleen in Zuid-Tirol. Elders hebben weinig mensen er iets van meegekregen. Toch duiken zulke kleine berichtjes regelmatig op, uit alle hoeken van Europa, en samen vormen ze een zorgwekkend beeld: de streektaal wordt bedreigd en verdrongen.

Overal hetzelfde patroon

Als mensen zich zorgen maken om taal, gaat het meestal om het Engels dat nationale talen wegduwt op de universiteiten en in de marketing, de techniek en de wetenschap. Dat is natuurlijk ook een bedreiging voor de sprankelende meertaligheid van de mensheid. Maar ondertussen zijn de nationale talen, vrijwel ongemerkt en iedere dag, bezig regionale variatie te vermorzelen. Dat is hetzelfde mechanisme, en alleen al daarom verdient het óók aandacht.

Italië biedt sprekende cijfers. Volgens het Italiaanse statistische bureau Istat sprak in 1988 nog 32 procent van de Italiaanse gezinnen uitsluitend streektaal; in 2024 was dat gedaald naar 9,6 procent. Onder jongeren tussen 6 en 25 jaar is het 2,7 procent. Elders in Europa zien we hetzelfde patroon: of het nu om Wales, Catalonië, Friesland of Bretagne gaat, overal verdwijnen streektalen. De Nederlandse hoogleraar Arjen Versloot voorspelde een paar jaar geleden dat in het Nederlandse taalgebied alleen het Fries en het Limburgs kans hadden om het jaar 2050 te halen. Andere streektalen, zoals het West-Vlaams of het Nedersaksisch, zouden tegen die tijd geheel of gedeeltelijk verdwenen zijn.

Grotere talen drukken altijd kleinere talen weg, schreef de Nederlandse socioloog Abram de Swaan in 2002 al in het boek Woorden van de wereld. Mensen vinden dat ze met de grotere taal meer kunnen: met meer mensen praten, meer lezen. En naarmate steeds meer mensen om die reden voor de grotere taal kiezen, wordt die nog aantrekkelijker: nóg meer mensen om mee te praten, nóg meer teksten om te lezen. Zo drukt het Engels het Nederlands, het Italiaans en het Duits weg, terwijl die talen op hun beurt de regionale talen en dialecten wegduwen.

Dialect of regionale taal?

Behalve nationale talen kent Europa ook tal van minderheidstalen die alleen in een bepaald gebied gesproken worden (naast minderheidstalen die niet aan een bepaalde regio gebonden zijn, zoals de taal van de Roma). Sommige daarvan noemen we dialecten, andere regionale talen. Het belangrijkste verschil is dat de laatste een bepaalde vorm van erkenning hebben, bijvoorbeeld via het Europees Handvest voor Regionale Talen of Talen van Minderheden (in Nederland zijn het Fries, Limburgs, Papiaments en Nedersaksisch op deze manier als regionale talen erkend; België heeft dit handvest nooit ondertekend). Een overkoepelende term voor dialecten en regionale talen is streektalen.

Asterix in het Bretons

Die verdringing van streektalen gaat niet zonder strijd, en die strijd wordt ook overal op een soortgelijke manier gevoerd. Zo is het cultureel gebruik van streektalen overal in Europa populair. Plattsounds, een wedstrijd voor bands uit Nedersaksen, zocht het beste Platduitse lied van het jaar. In Zeeland viert het festival ’t Sah Wèh jaarlijks de streektaal. In Italië verscheen Topolino (zoals Mickey Mouse daar heet) in vier nieuwe dialectedities: het Bolognees, het Genuees, het Catanzarees en het Francoprovençaals. Asterix, het stripverhaal over een klein dorpje dat weerstand biedt aan vreemde overheersers, bestaat behalve in het Antwerps, het Gents, het Limburgs, het Twents en het Fries bijvoorbeeld ook in het Bretons, Corsicaans, Picardisch en Elzassisch. Harry Potter kun je lezen in onder meer het Schots.

Een andere manier om de streektaal meer glans te geven, is ervoor zorgen dat het een schoolvak wordt. Vanaf augustus 2026 krijgen alle leerlingen in Friesland volgens een besluit van de provincie het Fries niet alleen als apart schoolvak, maar moet er ook regelmatig Fries worden gebruikt bij andere vakken, zoals gymnastiek of geschiedenis. Welsh is in Wales al langer een verplicht schoolvak voor alle leerlingen tot zestien jaar. In de Lausitz, een Duitse regio waar Sorbisch wordt gesproken, start de universiteit Cottbus-Senftenberg komende winter voor het eerst een volwaardige lerarenopleiding Sorbisch voor het basisonderwijs.

Weerstand

Initiatieven voor de erkenning van streektalen kunnen in sommige landen rekenen op weerstand. In Frankrijk noemde oud-onderwijsminister Jean-Michel Blanquer vorig jaar het onderwijs in het Corsicaans op Corsicaanse scholen “illegaal” en “separatistisch”. De Slowaakse regering-Fico legt met allerlei maatregelen de rechten van sprekers van streektalen steeds meer aan banden. Zo mogen deze talen in openbare locaties als het postkantoor niet meer gesproken worden. In februari 2026 sprak de Poolse president Karol Nawrocki zijn veto uit tegen een wet voor erkenning van het Silezisch, met het argument dat “experts en taalkundigen erop wijzen dat het Silezisch een dialect van het Pools is” en dus niet behandeld moet worden als een aparte taal.

Ook nieuwe media kunnen bijdragen aan de verdrukking van streektalen. Zo spreekt kunstmatige intelligentie over het algemeen geen streektaal, simpelweg omdat het te weinig materiaal heeft om op te trainen. Tegelijkertijd wordt moderne technologie ook ingezet voor het behoud van dialecten en regionale talen. In Nederland loopt bijvoorbeeld sinds begin dit jaar het project Praoten.nl, waar sprekers van het Nedersaksisch opnames kunnen maken van hun eigen manier van praten ten behoeve van toekomstige chatbots. In Barcelona wordt ondertussen gewerkt aan spraakcomputers voor allerlei vormen van het Catalaans.

Streektaal leer je thuis

Zetten al die initiatieven ook zoden aan de dijk? Wordt er op deze manier ook maar één streektaal gered? Een enkele app of een schoolboek zal een stervende taal niet onmiddellijk weer tot leven wekken. Wat dan wel? Uit onderzoek blijkt dat het vooral belangrijk is dat ouders de taal thuis spreken tegen hun kinderen. Als zij dat niet doen, bijvoorbeeld omdat ze (al dan niet terecht) denken dat hun kinderen meer hebben aan de standaardtaal, wordt het lastig.

Wel hebben initiatieven in de kunst, het onderwijs en online mogelijk een indirect effect. Ze dragen bij aan het prestige van de streektaal, doordat ze laten zien wat je er allemaal mee kunt. En dat haalt hopelijk een enkele ouder over om die taal dan toch ook trots door te geven aan de eigen kinderen. Zodat ooit misschien groot in het nieuws komt dat men in het parlement van Zuid-Tirol gewoon weer streektaal gebruiken mag. <<