
Een boek voor je oren
De vertaling van papier naar audio
Een boek lezen kan tegenwoordig ook via je koptelefoon. Een geschreven tekst uitbrengen in zo’n andere vorm, hoe gaat dat in zijn werk?
Ik loop door het park, in mijn oren heb ik dopjes. Voorbijgangers denken misschien dat ik naar huis snel. Wat ze niet weten, is dat mijn hoofd ergens anders is: bij de laatste minuten van Paul Austers Baumgartner – de roman die ik zó graag wil uitluisteren dat ik er veel extra rondjes voor loop.
Door de komst van audioboeken heb je je ogen namelijk niet meer nodig om te ‘lezen’: je kunt tijdens elke activiteit boeken tot je nemen. Ik ben lang niet de enige die dat doet. Volgens Stichting Lezen luistert maar liefst één op de vier Nederlanders weleens naar een audioboek. Dat percentage groeit: tussen 2016 en 2025 is het gestegen van 9 naar 25 procent.
Voor mij als fervent lezer zijn audioboeken een uitkomst; ik kan simpelweg meer en vaker lezen. Hoewel, luisteren is natuurlijk niet precies hetzelfde als lezen. Een boek kan heel goed werken als geschreven tekst, maar als die wordt voorgelezen, kun je soms de draad kwijtraken. Ook is de ervaring anders: een voorlezer bepaalt het tempo, de intonatie, accenten, eventuele stemmetjes.
Die voorlezer speelt zo een grote rol in de leeservaring. Dat maakt mij nieuwsgierig. Wat komt er allemaal kijken bij het maken en inspreken van een audioboek?
Een pingeltje
Volgens Esther van Dijk, adjunct-uitgever bij uitgeverij Nijgh & Van Ditmar, zijn er twee aspecten die bepalen of een boek ‘veraudioboekt’ wordt. “De eerste vraag is natuurlijk: wat wordt goed beluisterd, waar moeten we echt iets mee doen? Dit zijn vaak de boeken waar geen al te ingewikkelde ingrepen in hoeven te worden gedaan door de voorlezer. Een non-fictiewerk met heel veel grafieken of illustraties bijvoorbeeld, of een notenapparaat dat echt geraadpleegd moet kunnen worden, dat komt minder tot zijn recht als luisterboek. Een tweede vraag is of er boeken zijn die het vanuit de vorm verdienen om voorgelezen te worden.” Ze geeft het voorbeeld van boeken over medische aandoeningen waardoor mensen minder goed kunnen lezen, zoals migraine. Zulke boeken werken goed als audioboek, omdat luisteren voor mensen met zo’n aandoening soms fijner is dan lezen. De inhoud past dan dus bij de vorm.
In een boek kunnen zich tekstspecifieke situaties voordoen; denk bijvoorbeeld aan een verhaal waarin met een asterisk boven het hoofdstuk wordt aangegeven dat er een sprong in de tijd wordt gemaakt. Zoiets wordt overlegd met de opnamestudio. Van Dijk: “Zij kunnen bijvoorbeeld zeggen: onze oplossing daarvoor is om een pingeltje in het luisterboek te monteren.”
De stem van de verteller drukt een stevig stempel op het audioboek. Hoe zorg je ervoor dat die goed past? “We gaan in overleg met de opnamestudio. We geven informatie over wat voor soort boek het is, en we vertellen vanuit welk perspectief het geschreven is. Als het hoofdpersonage bijvoorbeeld een vrouw van midden veertig uit Amsterdam is, willen we een stem die daarbij past. De studio doet dan een aantal voorstellen. De auteur neemt de uiteindelijke beslissing.”
Soms leest de auteur zelf een audioboek voor. Dat gebeurt als een auteur al ervaring heeft met inspreken en bewezen heeft het goed te kunnen, vertelt Van Dijk. Of als het gaat om persoonlijke non-fictie, “waarbij het van toegevoegde waarde is om de auteur het zelf te horen voorlezen”. Maar in de meeste gevallen wordt er gekozen voor een stemacteur, omdat die getraind is en het beste weet hoe je een tekst kunt vertalen in een audioboek.
Regisseur
Als er een voorlezer is gekozen, is die in principe vrij om diens interpretatie op het boek los te laten. Volgens Van Dijk kun je een luisterboek dan ook vergelijken met een toneelbewerking. En als een audioboek een toneel-bewerking is, dan is de voorlezer de regisseur. “Ja, maar je regisseert jezelf”, zegt stemacteur Louis van Beek. Hij is een veelgevraagde voorlezer van audioboeken in Nederland. Als ik hem spreek in de opnamestudio in Weesp, heeft hij er net een voorleessessie opzitten van een nieuwe roman van de ‘cosy crime’-auteur Elly Griffiths.
Van Beek vertelt dat niet iedereen dezelfde manier van voorlezen heeft. Hij heeft zijn eigen stijl ontwikkeld, mede beïnvloed door zijn achtergrond als acteur. “Ik vind dat als je een thriller voorleest, de ‘bad guy’ anders moet klinken dan de rechercheur. Je kunt daarin zoeken: het moet een ander geluid zijn, net iets hoger, of lager, iets nasaler misschien.” Van Beek geniet vaak van zijn voorleeswerk. “Een van de eerste boeken die ik insprak, was Een man die Ove heet van Fredrik Backman. Toen ik het einde voorlas, was ik ontroerd. Dat kan natuurlijk, maar de ontroering moet bij de luisteraar liggen.” Zo’n stuk neemt hij dan opnieuw op. Toch is het onmogelijk om die emotie geheel te elimineren: “In een recensie van De druiven der gramschap van John Steinbeck zei een luisteraar dat je kunt horen dat de voorlezer het een ontroerend boek vond. Dat vind ik eigenlijk wel mooi.”

De uitgeverij en productiestudio laten Van Beek vrij in hoe hij het boek voorleest, er komt geen instructietekst aan te pas. “Wel is er een uitspreekapp waarin je de uitspraak van moeilijke woorden kunt opzoeken. Dat moet je altijd checken, want je moet het consequent volhouden. Soms krijg ik van de uitgeverij lijsten met de uitspraak van bepaalde woorden. Als een boek zich in het Midden-Oosten afspeelt bijvoorbeeld, zoals bij de roman Voordat het laat wordt van Kader Abdolah. Toen ik die voorlas, kreeg ik uitspraakvoorbeelden van alle Arabische en Iraanse of Perzische namen en termen, zodat ik precies wist hoe ik zinnen als ‘Salam eleikom, Refiq Foad’ moest uitspreken.”
Omdat er geen instructietekst is, zijn er altijd situaties waarin een voorlezer zelf keuzes maakt over hoe die een boek voorleest. Die keuzes maakt Van Beek met de auteur in het achterhoofd. “Ik vind dat je het doorgeefluik van de schrijver bent. Je moet het boek zo goed mogelijk een stem proberen te geven.”
Hoorspel
Maar zelfs met respect voor de tekst kun je voor dilemma’s komen te staan. Wat doe je bijvoorbeeld met accenten? Van Beek: “Ik gebruik die alleen als het expliciet in de tekst staat. Als er bijvoorbeeld staat: ‘sprak hij met een zwaar Duits accent’, dan vind ik ook dat je het moet lezen met een zwaar Duits accent. Maar dat is incidenteel: een heel boek lang is dat niet vol te houden, voor mij niet en voor de luisteraar niet.” Bovendien is het belangrijk dat het in je repertoire zit. “Neem bijvoorbeeld het Limburgs; daar heb je veel verschillende varianten van. Als een Limburger luistert, hoort die dat het niet goed gedaan is. Dan kun je het beter niet doen.” Ook kan er onbedoeld een waardeoordeel in de stemkeuze zitten, volgens Van Beek. Hij noemt het voorbeeld van een accent dat in de VS gebruikt wordt door laagopgeleide witte mensen, die binnen bepaalde kringen een slechte naam hebben vanwege hun denkbeelden: “Je kunt dat niet een-op-een vertalen naar een willekeurig Nederlands accent. Je wilt niemand op een vervelende manier wegzetten. Het wordt dan algauw een cliché van een accent.”
Deze voorzichtige houding is niet overal hetzelfde. Zo staat de Britse Stephen Fry bekend om de stemmetjes die hij gebruikt in zijn audioboekversies van de Harry Potter-serie. Luisteraars van Nederlandse audioboeken hebben daar minder waardering voor, volgens Van Beek: “Luisteraars zeggen al gauw: ‘O bah, geen stemmetjes, het moet niet te veel op een hoorspel gaan lijken.’”
Schrijven om te luisteren
Toch zullen ook hier luisterboeken misschien wel meer hoorspel-achtig worden. Anna Koch en Nynke de Groot, werkzaam bij de bekende luisterboekenapp Storytel: “In het Engels worden al veel gedramatiseerde versies van romans geproduceerd, dus misschien zal die interesse hier ook toenemen.”
Nu al produceert Storytel boeken die speciaal geschreven worden om digitaal gelezen of beluisterd te worden: de Storytel Originals. “Het schrijfproces is vergelijkbaar met het schrijven van een gedrukt boek, maar er zijn een paar overwegingen. Luisteraars bladeren bijvoorbeeld minder door een luisterboek dan door een fysiek boek. Dan is het dus fijn als de verhaallijn van het hoofdpersonage ieder moment duidelijk is, zodat zowel voorlezer als luisteraar weten waar in het verhaal ze zijn”, aldus Koch.
Klonen
Door ontwikkelingen in de wereld van artificiële intelligentie is het tegenwoordig ook mogelijk om stemmen te klonen. Zo biedt Storytel de ‘voice switcher’ aan, waarmee luisteraars zelf kunnen kiezen tussen een menselijke en een kunstmatige stem. Volgens Storytel is de kwaliteit van Nederlandse synthetische stemmen nog niet geschikt voor een heel boek. De stemmen zijn niet overtuigend menselijk genoeg, “maar de ontwikkeling van AI gaat snel”.
Dit zou kunnen betekenen dat ooit ieder boek te beluisteren zal zijn. Een mooie ontwikkeling, zou je zeggen. Maar robots denken niet na over de nuances in de vertaling van tekst naar audio. Louis van Beek heeft dan ook kanttekeningen. “Er moet wetgeving komen die regelt dat je duidelijk kunt zien welke stem computergegenereerd is, en welke echt – zodat het een kwaliteitsstempel wordt. Het leuke van voorlezer zijn is dat je een boek dat oké is, tot het beste boek van het moment kunt maken.” Van Beek kan, met de juiste toon, snelheid en uitspraak, een boek misschien wel spannender maken dan dat het de schrijver gelukt is. Het is nog maar de vraag of AI dat kan.
Van Beek doet er vaak lang over om een audioboek voor te lezen. Van de totale opnametijd blijft ongeveer 75 procent ‘schoon’ materiaal over. De graaf van Monte-Cristo bijvoorbeeld: Van Beek deed ongeveer zestig uur over het voorlezen van deze roman, die als audioboek zo’n 47 uur duurt. “Dan zit je daar helemaal alleen met een geweldig boek, soms wil je het wel uitgillen van hoe prachtig het is. Na afloop had ik het idee dat ik in mijn eentje een compleet toneelstuk had gespeeld, zonder publiek.”
Dat voorleesplezier voel je als luisteraar. En misschien is dat ook wel waarom ik zo van audioboeken houd: júíst het door feit dat ze door een mens worden voorgelezen. Met als resultaat een verhaal dat niet hetzelfde is als het boek, maar anders, met een laag van interpretatie en oprechte emoties die de voorlezer toevoegt.
Hoewel, oprecht – het blijft een toneelstuk. <<
Dit artikel in de klas
Onze Taal maakt ook educatiemateriaal, waaronder een les in het thema van dit artikel. In deze les ervaren de leerlingen het verschil tussen het beluisteren en lezen van een boek. Wat zijn de voor- en nadelen van het audioboek? En wat als je naast lezen ook mag luisteren voor je lijst? Je vindt de les hier.
