
Een paar sloks
Schrijver en cabaretier Wouter Deprez over talige verrassingen
Het was op het taartmoment voor mijn 51ste verjaardag. Vlak nadat ik het woord tof had gebruikt, zag ik onmiskenbaar medelijden in de blik van mijn zestienjarige nichtje. Ik besefte dat ik de verstarring van mijn taalgebruik moest aanpakken.
Mee verengelsen, dacht ik, er zat niets anders op. Maar dadelijk kwam mijn koppigheid zich mengen in de innerlijke discussie. Ik zou nu ook niet ineens overal awesome en oh my god tussen zwieren. Nee, ik zou verengelsen op een manier die bij mij paste. Veel woorden krijgen in mijn West-Vlaamse dialect een meervoud door er eenvoudigweg een -s achter te kleven: brils, konijns.
Net zoals bij de meeste zelfstandige naamwoorden in het Engels! Als ik dit taalgebruik ook in het Algemeen Nederlands begon toe te passen, zou ik tezelfdertijd moderniseren en mijn traditie eren.
Ik vroeg aan mijn jongste zoon om ons voor de verjaardagstaart enkele vorks aan te geven. Hij keek me verward aan. Of ik forks bedoelde? Neenee, zei ik, vorks. Dat was alles ik nodig had, want de bords stonden al op tafel. Voor mij voelde mijn hippe meervoudsvorming ondertussen al vertrouwd aan. Of hij misschien toch ook nog de kops door kon geven, voor de koffie?
Mijn zoon staarde me ongerust aan, alsof hij vermoedde dat ik een kleine beroerte aan het doormaken was. Ikzelf was ondertussen zo opgetogen over mijn verengelsing dat ik iedereen ook champagne wou aanbieden! “Geef me ook nog zes glas…” Maar toen liep ik vast. Glasses dan toch maar? Nee, dat was te een-op-een Engels! Glassen? Zeker niet het Nederlandse glazen, zo ouderwets! Waarom is het trouwens één glas, twee glazen, en niet één klas, twee klazen? Dat alles vroeg ik me luidop af terwijl ik de fles champagne uit de koelkast haalde.
Mijn vrouw keek kritisch naar de fles en zei: “Heb je niet al genoeg gehad, lieve schat? Je kunt nu al nauwelijks nog praten.” Toch gooide ik een flinke geut champagne in mijn koffiekop. Om mijn eerste meervoudsuitzondering te bedenken, had ik alcohol nodig. Al was het maar een paar sloks.
Wouter Deprez
