Hordes mensen zweren erbij: positieve affirmaties als “Ik hou van mijn lichaam.” Als je dat soort zinnetjes almaar herhaalt, ga je ernaar leven, zo is het idee. Werkt het echt? Een experiment.

Ik sta voor de spiegel, haal adem en dan zeg ik het: “Ik ben een tevreden mens.” En nog een keer: “Ik ben een tevreden mens.” De persoon in de spiegel kijkt niet echt tevreden, eerder sceptisch. Maar ik ben begonnen met mijn experiment en ergens geeft dat toch een tevreden gevoel.

Een maand lang ga ik bekijken wat de kracht is van positieve affirmaties: door bepaalde positieve zinnen steeds te herhalen, zou je je zelfbeeld kunnen verbeteren (affirmatie staat voor ‘bevestiging’). Als taalkundige ben ik benieuwd: wat is de kracht van die herhalende taal? En wie weet, word ik nog een leuker persoon ook.

Geldmagneet

Eerder die dag scrolde ik door de vele websites met net zoveel voorbeeldaffirmaties, op zoek naar een zin die bij me past. Op pagina’s, meestal van mensen met een coachingspraktijk, lees ik: “Ik ben overvloed”, “Ik ben een geld magneet”, “Ik ben een powerhouse.” Ik heb weinig ambities in die richting, maar wat dan wel? Iets met meer geluk en liefde in mijn leven lijkt me wel wat.

Volgens sommige affirmaties heb je daar ‘recht op’, andere zeggen dat je het ‘verdient’ en weer andere affirmaties vertellen je dat ‘het universum’ al het goede ‘op je pad zal brengen’. Zou het universum daar tijd voor hebben? En heb ik wel dit soort rechten? Voor de zekerheid scrol ik verder.

Dan is er een zin die me direct pakt (of eigenlijk: ‘bij me resoneert’, zo leer ik later). Het is een zin waarmee al mijn zorgen zouden verdwijnen, of het nu gaat over de kilootjes te veel, de troepjes in huis of dat eeuwige geknaag dat mijn werk beter had gekund. Dat zinnetje luidt: “Ik ben een tevreden mens.” Tevredenheid! Als ik dat toch eens kon bereiken … Ja, dat wordt mijn affirmatie voor een maand.

Doorbraak

Vaak wordt Émile Coué (1857-1926) gezien als de grondlegger van de affirmatie. Hij was een Franse apotheker, die zijn patiënten dit zinnetje meegaf: “Iedere dag, in ieder opzicht, word ik beter en beter.” Dat moesten die patiënten dagelijks twintig keer oplezen, zowel bij het opstaan als voor het slapengaan. De methode sloeg aan, en ook buiten Frankrijk gingen mensen het zinnetje gebruiken.

Maar de echte doorbraak van positieve affirmaties ligt toch wel in het Amerika van de laatste veertig jaar, dankzij beroemde zelfhulpboeken van auteurs als Louise Hay en Rhonda Byrne. En inmiddels zie je positieve affirmaties overal opduiken. Vooral bij coachingspraktijken en podcasts, maar ook bijvoorbeeld de afdeling studiebegeleiding van de Vrije Universiteit Brussel werkt met zinnen als: “Ik heb controle over mijn studeerproces” en “Mijn punten bepalen niet mijn zelfwaarde.”

Oppassen

Hoewel affirmaties dus populair zijn, voelen ze voor mij nog wat zweverig. Die weerstand hoort erbij, lees ik in Het grote affirmatieboek van Frederique Bicker, die een eigen coachingsbedrijf in Amsterdam heeft. Daarin staat ook waar een goede affirmatie aan moet voldoen: die moet positief klinken, dus woordjes als niet en nergens zijn taboe (zie ook het kader hieronder). En ze moeten in de tegenwoordige tijd staan: geformuleerd alsof het al zo is. Daarnaast moet de affirmatie behapbaar zijn: als je diep in de schulden zit, zijn er behoorlijk wat hordes te nemen voordat je kun geloven dat je een geldmagneet bent.

Liever wel dan niet

Vermijd woorden als niet en nooit in affirmaties, hoor je vaak. Een affirmatie als ‘Ik zal nooit meer zwak zijn’ kun je dus beter vervangen door ‘Ik kan alles aan.’ Maar waarom eigenlijk? De verklaringen lopen uiteen.

In Het grote affirmatieboek schrijft Frederique Bicker dat je met het uitspreken van een zin energie het universum in stuurt, die als een boemerang kan terugkeren. Je ‘manifesteert’ volgens die zienswijze je eigen geluk. Daarom moet je woorden als nooit vermijden in de affirmaties: met de negatieve energie die je daarmee het universum in stuurt, trek je uiteindelijk alleen maar nog meer negativiteit aan, is het idee.

Psycholoog Holly Bailey vermijdt die negatieve woordjes liefst ook, maar dat vooral vanuit het ‘Denk niet aan een roze olifant’-principe. Je hersenen slaan eerder aan op woorden die een bepaalde emotie of een sterk beeld oproepen, zoals een roze olifant of zwak zijn, dan op het woordje niet of nooit. Hoewel nooit meer zwak zo ongeveer ‘altijd sterk’ betekent, blijft dat zwak het sterkste hangen. Zo is het moeilijk uit die negativiteit te komen. Bailey: “Associaties winnen het van grammatica.”

Dat je die herhalende formuleringen wel echt moet kunnen geloven om ze effectief te laten zijn, blijkt onder meer uit Amerikaans onderzoek uit 2020. Daarvoor werden vrouwen gevraagd dit zinnetje te herhalen: “Ik hou van mijn lichaam.” Opvallend genoeg werden de vrouwen in dit onderzoek daar juist onzekerder van. “Ik probeer me te richten op de delen van mijn lichaam die ik mooi vind,” schrijft een van hen binnen het onderzoek, “maar als ik dat doe, denk ik steeds aan de delen die er voor mijn gevoel niet horen.” 54% van de vrouwen meldde dit soort negatieve gedachtes, terwijl dat maar 6% was bij de vrouwen die een neutraal zinnetje – “Ik ben [leeftijd] jaar oud” – moesten herhalen.

Het is dus oppassen welke affirmatie je kiest. Ik ben blij met mijn tevredenheids-zin: die is misschien wat aan de fletse kant, maar tevredenheid klinkt wel bereikbaar.

Macht

Na een paar dagen affirmeren merk ik dat ik de neiging heb om er simsalabim aan toe te voegen. Als er één vorm van taal is die de werkelijkheid direct kan doen veranderen, dan is het tenslotte de toverspreuk. Zou ik mijn ontevredenheid op eenzelfde manier kunnen bezweren als Harry Potter zijn tegenstanders ontwapent met zijn “Expelliarmus”? Een beetje ook zoals een ouder reageert op de aanhoudende waarom-vraag van een kind: “Het is zo omdat ik het zeg!” Of anders wel formuleringen als “Hierbij verklaar ik de vergadering voor geopend.” Door het uitspreken van die zin ís die vergadering ook geopend. Het is taal met macht.

Maar het gaat óók om taal die herhaalt, net zoals die eeuwenoude spirituele mantra’s als: “Hare Krishna Hare Krishna, Krishna Krishna Hare Hare”, enzovoort. Eigenlijk zijn affirmaties mantra’s waar de religie van afgepeld is.

Die herhaling is bij affirmaties enorm belangrijk, ontdekte de Amerikaanse psycholoog Holly Bailey in haar promotieonderzoek uit 2004. Mensen die iedere dag minimaal vijf minuten wijden aan positieve affirmaties, maken grote sprongen in hun geestelijk welzijn, zag ze, maar het vergt wel discipline. Negatieve zinnetjes als “Bij mij gaat alles fout” zijn vaak zo diep ingesleten dat ze zonder moeite je hoofd in floepen. Voor hun positieve tegenhangers geldt het tegengestelde: het is hard werken om die je hoofd in te krijgen, en hou dat dan maar eens vol. Bailey, terugblikkend op haar onderzoek: “Het is als een sportschool voor taal: in het begin is iedereen gemotiveerd, maar al snel haken mensen af.” Zonde, want als je doorzet, werkt het dus wel.

Meesteroplichter

Dan is er nog een bijzondere eigenschap van herhaling. Uit vele studies blijkt dat hersenen geneigd zijn herhaalde informatie eerder te geloven. Reclamemakers maken daar bij uitstek gebruik van. Wie wekenlang op tv ziet dat je niet moet wachten “tot geluk je overkomt”, koopt misschien toch nog even dat Staatslot. En generaties zijn opgegroeid met het idee dat er “geen betere” is dan Miele.

Het betekent zelfs dat je door herhaling makkelijker in onwaarheden kunt gaan geloven, zeker als je het maar graag genoeg wilt of de onwaarheden geloofwaardig genoeg zijn. Dat principe wordt me in één klap duidelijk als ik de podcast De ware Jacob (2025) luister. Het Dagblad van het Noorden volgt daarin het spoor van meesteroplichter Rob Jacob, die zich voordoet als vermogend man en zo overal smakken geld lospeutert. In de laatste aflevering vertelt zijn zus José hoe ze hem soms uren achter elkaar hardop hoorde mediteren “om leugens in zijn hoofd waarheid te maken”.

Ik zet mijn podcast even uit als ik dat hoor. Ik doe hetzelfde, realiseer ik me: ik ben mezelf aan het voorliegen tot ik met die leugen samenval. Ik hou me voor dat ik lieg voor het goede.

Zak chips

Affirmaties kunnen dus werken, maar psychologen benadrukken wel dat je er pas echt van profiteert als ze ingebed zijn in een groter geheel: andere vormen van therapie bijvoorbeeld. En de zinnen kunnen niet zonder actie. Je kunt wel iedere dag zeggen dat je ‘alleen eet wat goed is’, maar als je toch blijft zwichten voor die zakken chips, wordt het lastig je woorden te blijven geloven.

Mijn maand affirmeren zit er bijna op als mijn trein wordt opgeheven en de volgende ook. Ik begin ’m te knijpen, want hoe kom ik thuis? Die stomme NS! Wat is het koud! Arme ik!

Dan popt uit het niets mijn zinnetje op in mijn hoofd. En ja, ik héb toch ook alle reden om tevreden te zijn? Er is zoveel wél: een huis, mijn vrienden, een warme jas. Hoezo zou ik dan ontevreden lopen te doen over een trein? Een toverspreuk is mijn affirmatie in die ene maand niet geworden, maar het is nu wel precies de schop onder mijn kont die ik nodig heb. Ik pak een bus, en rij richting huis – best wel in mijn nopjes. <<