
Fa waka?
Schrijver Tessa Leuwsha vanuit Suriname
In Suriname begroeten mensen elkaar vrij uitgebreid en bij vrijwel elke gelegenheid. Tamelijk neutraal is de standaardgroet in bijvoorbeeld een winkel of in de wachtruimte bij de huisarts: ‘Goedemorgen’ of ‘Goedenavond.’ Die wensen worden bijna altijd in het Nederlands uitgesproken; zelden hoor je de woorden in het Sranantongo: ‘Bun morgu’ en ‘Kuneti.’
Maar bij de meer een-op-een-begroeting gaat het er uitgebreider aan toe, en vaak juist wel in het Sranantongo. Op een kantoor, wanneer je iets nodig hebt van een medewerker, kun je een gesprek prima openen met: ‘Hoe gaat het met u?’ (‘Fa yu tan?’). Overigens is het dan niet de bedoeling dat de medewerker zijn of haar volledige medische doopceel licht. Een kort antwoord in de vorm van ‘Goed’ of ‘Het gaat’ (‘Ai go’) volstaat. Zelfs een woordeloze hoofdknik is mogelijk, als bedankje voor de belangstelling van de vraagsteller. Ook hoor je wel deze grappige reactie: ‘Tu futu’, wat letterlijk ‘twee voeten’ of ‘twee benen’ betekent. De spreker wil hiermee zeggen: het gaat hoor, ik ben er.
Een populaire groet onder vrienden of kennissen is ‘Fa waka?’ (‘Hoe gaat het?’). Deze informele groet is volledig geaccepteerd, maar de afkorting daarvan – ‘Faka’ (spreek uit: ‘fakka’) – geldt dan weer als straattaal. Bij vertrek is er minder keuze. ‘Ik ben jullie voor hoor’, kan een feestganger die eerder dan anderen vertrekt zeggen. Of simpeler: ‘Ik ben vast weg.’
De begroeting kan kort zijn, maar ook een gezellig praatje uitlokken. Surinamers nemen gerust de tijd voor een aangename babbel. Alle andere dingen, zoals werken, poetsen of boontjes doppen, moeten dan maar even wachten.
Tot slot nog dit. Als ik in Nederland de vraag stel hoe het gaat, krijg ik meestal te horen: ‘Druk!’ De spreker bedoelt dat positief, zo van: ik heb een actief leven. In Suriname hoor je vaak precies het tegenovergestelde: ‘Rustig.’
Tessa Leuwsha
