Taal verandert misschien wel sneller dan ooit, vooral door sociale media. Wat zijn de trends? Deze keer: straattaalpurisme.

“Deze kan écht niet parka.” In de video zien we een auto die, toegegeven, een beetje scheef geparkeerd is. “Wie heeft hier geparka?” vraagt de maker van de video honend, terwijl we zien hoe hij op de auto af loopt. Dan opent hij de autodeur. Wat blijkt: hij was het zelf, en drijft de spot met zijn eigen parkeerkunsten.

Dat woord geparka schoot de populaire tiktokker Défano Holwijn in het verkeerde keelgat. In een reactie op de video over de auto zien we Holwijn getormenteerd in de camera kijken, een dramatisch muziekje in de achtergrond gemonteerd. “Parka?” vraagt hij vol ongeloof. “Ik parka, jij parkaat, en wij hebben geparkaad, voltooid deelwoord. De enige ‘parka’ die ik ken, is een winterjas. (…) Ik tel van drie tot één en dan mag je zeggen van welke stad je denkt dat dit afkomstig is. Drie, twee, één: Rotterdam.”

Defano Holwijn: “Parka?”

Roffanees

In zijn video’s mag de Amsterdamse Holwijn graag de draak steken met Rotterdamse straattaal. In bredere zin wordt in straattaal veel geleend uit andere talen. Maar waar Holwijn vooral over valt, is een fenomeen dat met name in Rotterdam veel voor lijkt te komen: de Nederlandse vervoeging van leenwoorden als waka (Surinaams voor ‘lopen’), lafu (Surinaams voor ‘lachen’), pinta (letterlijk ‘verven’ in het Papiaments, maar wordt gebruikt in de betekenis ‘seks hebben’) en dus parka (dat uit het Kaapverdisch komt). En dan krijg je dus woorden als gewaka, gelafu, gepinta en geparka.

Niet alleen op TikTok, maar ook in het satirische sketchprogramma Die Andere Late Night van Omroep Zwart en BNNVARA neemt Holwijn die taal van Rotterdammers op de hak. “Ik vind het niet erg als mensen Surinaams praten op straat,” zegt hij daarin, “maar je moet [Surinaamse] werkwoorden niet vervoegen. (…) Hoe bedoel je: ‘Ik heb gewakaad’? Je ziet toch ook dat die zin niet loopt? Dat is niet Surinaams, dat is … Roffanees of zo!”

Defano Holwijn: “Dat is ... Roffanees of zo!”

Deim

Er zijn ook Rotterdammers die de bal terugkaatsen. “In Dammie praten ze achterstevoren, bro”, reageert iemand bijvoorbeeld. “Doe normaal man.” Hij verwijst daarmee naar het ‘Smibanese’, de straattaalvariant uit de Amsterdamse Bijlmer, waarin wordt gespeeld met het omdraaien van klanken. Een meid wordt zo een deim; iets voelen wordt iets loeven. In Amsterdam halen ze nog wel gekkere fratsen uit, lijkt het argument.

Maar Holwijn is niet onder de indruk. “Ik heb gister begrepen dat Rotterdammers elkaar zeggen: ‘Ik fasi jou later.’ Fasi betekent in het Surinaams ‘aanraken’. En jullie gebruiken het als ‘meeten’.” Holwijn lacht schamper. “En jij maakt je druk over deim?”

Defano Holwijn: “En jij maakt je druk over deim?”

Als je het zo leest, zou je kunnen denken dat de discussies er heftig aan toegaan. Maar dit straattaalpurisme gaat gepaard met een vriendschappelijk plagerige ondertoon, en veel mensen kunnen er ondanks hun irritatie toch om lachen. Gelukkig maar – want een dag niet gelafu is een dag niet gelibi. <<