Taalwetenschapper Ronny Boogaart staat stil bij de bordjes waar de meeste mensen aan voorbijlopen. Ditmaal komt hij een wel erg verwarrende aansporing op het spoor.

Wie iets belangrijks te melden heeft, moet eerst de aandacht trekken. Dat lukt wel met deze kanariegele kaart in de bak met voorlichtingfolders in de bibliotheek bij mij om de hoek. De vette zwarte letters kun je van grote afstand lezen: “Zit niet zo te stoken!” Dichterbij zie je in kleine letters en tussen haakjes: “alleen bij code geel”. Maar wát moeten we precies (niet) doen en wanneer (niet)?

Irritant gedrag

Als je zit te stoken, zeg je dingen met de bedoeling de relatie tussen andere mensen negatief te beïnvloeden. Er zijn dus altijd minimaal drie mensen bij betrokken. A zegt tegen B: ‘Dat zou ik niet pikken als ik jou was!’, maar A wil eigenlijk dat B ruziemaakt met C. Dan is A een stoker, en dat is een stiekem soort gedrag waar best een campagne tegen gevoerd mag worden.

Het patroontje zit niet zo te, gevolgd door een infinitief zoals stoken of zeuren, is heel geschikt om dit soort irritant gedrag aan te pakken. Dat komt in de eerste plaats door het werkwoord zitten te. Dat kun je wel neutraal gebruiken voor activiteiten waarmee iemand langere tijd bezig is, zoals in ‘Hij zit te lezen’, maar best vaak druk je er irritatie mee uit. Niet zo gek, want als iemand gedurende langere tijd iets doet, kan dat natuurlijk op je zenuwen gaan werken. Of die persoon wel of niet letterlijk zit, doet er dan niet meer toe. Wie zit te zeuren of zit te stoken kan dat ook staand, lopend, of liggend doen.

Wat je vervelend vindt, moet ophouden; daarom doet de constructie het ook goed in deze combinatie met een gebiedende wijs (zit) en ontkenning (niet). Het woordje zo in zit niet zo drukt een graad uit en geeft de uitdrukking nog wat extra gevoel mee: A zit niet zomaar te stoken maar zit heel erg te stoken.

Maar hoezo mag A dat wel doen bij code geel?

Twee betekenissen

Er wordt op deze kaart natuurlijk gespeeld met twee betekenissen van het werkwoord stoken. Achter op de kaart staat netjes dat rook ongezond is voor jezelf en voor je buren, dus het gaat om het stoken van een vuurtje – inclusief houtkachels en barbecue. De woordspeling is erg moeizaam, doordat die tweede interpretatie van stoken vergezocht is als er geen lijdend voorwerp bij staat, zoals een fikkie, hout of de kachel. Maar ook zitten te en het woordje zo blokkeren de vuur-betekenis van stoken. Je zegt niet ‘Ik zit lekker te stoken’ als je aan het barbecueën bent. Niemand roept ooit uit het slaap kamerraam ‘Zit niet te stoken!’ als de buurvrouw in haar tuin een fikkie stookt; en je kunt niet heel erg stoken in deze betekenis, dus het woordje zo werkt ook al niet mee.

Rookgordijn

Dat van die code geel wordt op de achterkant van de kaart niet uitgelegd; daarvoor moet je naar de website. Ook dan blijft het systeem met kleuren verwarrend, omdat de kleurcodes voor het stoken afwijken van de veel bekendere weerwaarschuwingen. Bij die laatste betekent geel ‘gevaar, kans op gevaarlijk weer’, maar voor stokers betekent geel juist: ‘niks aan de hand’. De bedoeling is dat je dankzij die stookwijzer ‘wijzer stookt’, maar die gele kaart werkt als een rookgordijn dat die boodschap aan het zicht onttrekt. <<

(Met dank aan Tjerk Bouwmans.)