
Het hangmateffect
Hoe ritmegevoel vaak wint van klemtonen uit het woordenboek
In het woordenboek staat dat je het woord favoriet uitspreekt met de klemtoon op de ie. Maar je hoort toch vaak dingen als ‘fávoriet recept’. Fout? Nee! Het is het fénomenale hangmateffect!
Waar ligt de klemtoon in het woord politieke? Op de eerste of op de derde lettergreep? Grote kans dat je meteen de derde lettergreep aanwijst: politíéke. En zo staat het ook in de woordenboeken. Maar soms hoor je toch iemand pólitieke zeggen. Misschien heeft de nieuwslezer op het journaal vanavond het wel over een ‘pólitieke crisis’. Daarna vertelt een verslaggever wellicht iets over de ‘Vénezolaanse president’. En in de reclame hoor je een enthousiaste stem die je vertelt over ‘je fávoriete maaltijd naar áúthentiek recept’.
Als kritische luisteraar denk je dan misschien: die mensen maken een rare fout. Politíéke, Venezoláánse, favoríéte en authentíéke hebben nu eenmaal een klemtoon achteraan, dus zó spreek je ze altijd uit. Maar woorden gebruik je zelden in isolatie. Je voegt ze samen met andere woorden om samenstellingen, woordgroepen en hele zinnen te bouwen. En als de ‘omgeving’ van een woord verandert, kan ook opeens de klemtoon veranderen.
Bijklemtonen
Sommige klemtoonverschuivingen zijn gemakkelijk in regels te vatten. Bijvoorbeeld: voeg je twee woorden, zoals tandarts en bezoek, samen tot één zelfstandig naamwoord, dan komt de klemtoon op het linkerdeel te liggen: tándartsbezoek. De oorspronkelijke klemtoon van bezóék hoor je nog wel een beetje, maar die heeft in de samenstelling een bijrol gekregen: tándartsbezòèk – bijklemtoon noem je dat, hier aangegeven met accents graves op de òè.
Maar in het klemtoonsysteem van het Nederlands spelen behalve dit soort simpele regels nog veel meer principes een rol. Neem ritme. Het spreekt niet zo lekker als er twee beklemtoonde lettergrepen achter elkaar staan; daar komen het liefst een of meer lettergrepen zonder klemtoon tussen. Daarnaast hebben we een lichte voorkeur voor de hoofd- en bijklemtoon aan de uiteinden van een woord. Tándartsbezòèk voldoet netjes aan dat patroon: de bij- en hoofdklemtoon bevinden zich aan de randen van het woord en worden prettig gescheiden door twee onbeklemtoonde lettergrepen in het midden.
Soms botsen de regels voor het samenvoegen van woorden met onze ritmevoorkeuren. Neem een woord als tandpasta. Dat is samengesteld uit de woorden tánd en pásta. De klemtoon ligt dus (net als bij tándartsbezoek) op de eerste lettergreep: tándpasta. Maar wonderbaarlijk genoeg ligt de bijklemtoon, van het woorddeel pasta, helemaal rechts: tándpastà. Hier wint het ritmegevoel het van het oorspronkelijke klemtoonpatroon van pásta. De bijklemtoon verschuift naar de rand van het woord, zodat die niet naast de hoofdklemtoon komt te staan. Er ontstaat als het ware een hangmatje: de klemtonen zitten aan de randen van het woord en de middelste lettergreep hangt daar rustig tussen. Dit zogenaamde hangmateffect zie je ook in jéúgdherbèrg, záálvoetbàl en éíndoordèèl, waar de oorspronkelijke klemtonen van hérberg, vóétbal en óórdeel naar rechts zijn verschoven.
Goed vers frúít
Woorden hebben op zichzelf dus een hoofdklemtoon (en bijklemtoon), maar woordgroepen ook. In samenstellingen ligt die hoofdklemtoon vóóraan (tándartsbezoek), maar in woordgroepen ligt de klemtoon juist áchteraan. Ieder woord in een woordgroep heeft een eigen hoofdklemtoon, en van al die hoofdklemtonen wordt de meest rechtse de hoofdklemtoon van de hele woordgroep: goed vers frúít, je favoriete mááltijd, politieke crísis. Het hierboven genoemde hangmatprincipe – onze voorkeur voor klemtonen aan de randen van woorden – heeft ook op woordgroepen invloed. De bijklemtoon aan de linkerrand van de woordgroep wordt namelijk doorgaans iets ‘prominenter’ dan de andere bijklemtonen: gòèd vers frúít.
Maar het wordt pas echt interessant in woordgroepen met woorden als pòlitíéke, Vènezoláánse, fàvoríéte en àùthentíéke, die naast een hoofdklemtoon ook een bijklemtoon hebben. In een woordgroep kan die bijklemtoon, aan de linkerkant van het woord, vanwege het hangmateffect opeens wat prominenter worden dan de oorspronkelijke hoofdklemtoon van dat woord. Zo ontstaat dus weleens de uitspraak pólitìèke crísis, in plaats van pòlitíéke crísis. De hoofd- en bijklemtoon van het eerste woord wisselen als het ware van plek. Net als Vénezolàànse presidént in plaats van Vènezoláánse presidént. En zo kun je ook komen tot dit klemtoonpatroon: je fávorìète mááltijd naar áúthentìèk recépt.
Ritmische verleiding
Nou hoef je als spreker heus niet te zwichten voor deze ritmische verleiding. Je kunt ook gerust politíéke crisis of Venezoláánse president zeggen. Het hangmateffect in woordgroepen lijk je vooral te horen in nieuwsberichten, reclames en andere opgelezen teksten. Waarom daar? Mogelijk is het – onbewust – bedoeld als hulpmiddel voor de luisteraar. Door een hangmat ‘op te zetten’ laat je als spreker zien: let op, hier begint een nieuwe woordgroep, deze woorden moet je samen interpreteren. Door bepaalde accenten te leggen in je spraak, kun je de luisteraar helpen de boodschap goed en snel te begrijpen. Mensen die professioneel voorlezen, doen daar hun uiterste best voor.
Zo zie je dat achter afwijkingen van het normale toch vaak een goed te verklaren regelmaat schuilgaat. Dat geldt niet alleen voor klemtonen, maar ook voor andere taalkundige fenomenen. Hoor je eens iemand iets verrassends zeggen? Dan zit achter zo’n pótentieel probleem misschien wel een légendarisch fenomeen. <<
Contrastklemtoon
Een andere vorm van klemtoonverschuiving zie je in een zin als ‘Nee, ik wil geen appeltáárt, maar appelvláái!’ De klemtoon staat in áppeltaart en áppelvlaai normaal gesproken op het linkerdeel. Maar als je het contrast tussen die twee woorden wilt uitdrukken, leg je de klemtoon op de woorddelen die verschillen. Zo zie je nog maar eens dat klemtoon geen vast gegeven is.
Fieneke Jochemsen is taaladviseur bij Onze Taal.
