‘Je moet doen wat ík wil.’

‘Maar daar heb ik geen zin in!’

‘Als je het niet doet, krijg je een knal voor je kop.’

Ziedaar – kort samengevat – het recht van de sterkste. Die knal voor je kop kan ook iets anders zijn. Denk aan: anders voeren we importheffingen in, leveren we geen gas of wapens meer, beginnen we een oorlog zonder strategie voor de langere termijn – ik verzin maar wat malligheden.

Het recht van de sterkste – we lezen er de laatste tijd veel over – is zonder twijfel zo oud als de mensheid. Van bloedige veldslagen tot de kolonisering van overzeese gebieden door westerse mogendheden: de sterkste wint vrijwel altijd. Dat de kleine David erin slaagde de grote bruut Goliath te verslaan, geeft enige hoop, maar te vrezen is dat het hier om een fabeltje gaat. En hoe dan ook om een uitzondering, want de regel luidt: de sterken, machtigen en superrijken hebben het voor het zeggen.

Zwakken ondergaan wat ze moeten

In een van zijn dialogen voert de Griekse filosoof Plato (ca. 427-347 v.Chr.) een personage op met de tekst: “Ik zeg dan dat het rechtvaardige niets anders is dan het voordeel van de sterkere.” Een andere, soortgelijke uitspraak vinden we bij historicus Thucydides (460-400 v.Chr.): “De sterken doen wat ze kunnen en de zwakken ondergaan wat ze moeten.”

Vanzelfsprekend is het recht van de sterkste een internationaal gegeven. De Fransen hebben het al sinds de zestiende eeuw over le droit du plus fort; in het Duits is das Recht des Stärkeren sinds de tweede helft van de achttiende eeuw een gangbare uitdrukking.

In diezelfde periode maakte deze zegswijze opgang in het Nederlandse taalgebied. “In deeze tyden”, lezen we in De Republiek der Vereenigde Nederlanden van Petrus Adriaanszoon Loosjes (1786): “in welke men geen Regt meer kent, geen Wetten meer volgt, geen Eigendommen meer eerbiedigt en Burgerlyke Regten en Voorregten als harsenschimmen beschouwd worden, daar prevaleert ’t Regt van den Sterksten.”

Het onrecht van de sterkste

Interessant is dat men steeds meer begon te zien dat het recht van de sterkste nauw is verbonden met onrecht voor de zwakkeren. Zo zei een van de sprekers op het internationale Vredescongres dat in 1848 plaatsvond in Parijs: “‘Daar moet strijd zijn!’, ‘De oorlog is een noodzakelijk kwaad!’ zijn de leuzen, waaronder zoo vele hartstogten de toorts der tweedragt zwaaijen, waardoor nog zoo vaak het onregt van den sterksten boven het regt van den zwakkeren zegeviert.” De voorzitter van dit congres, de bekende Franse schrijver Victor Hugo, stelde voor om de ‘Verenigde Staten van Europa’ op te richten, waarbij Europese landen hun unieke eigenschappen zouden behouden. Samen zouden ze een internationaal hof oprichten om conflicten vreedzaam op te lossen.

Er waren trouwens ook deelnemers uit de Verenigde Staten naar dat congres gekomen. Zij maakten zich sterk voor algemene ontwapening en betere internationale regelgeving. Het achterliggend idee was: zelfs de sterkste moet zich aan het recht houden. In de praktijk pakte dat vaak anders uit. Ook nu nog. <<