Wikipedia geeft meer dan vijftig fobieën, waaronder mijn favoriet hippopotomonstrosesquippedaliofobie. Dat is angst voor lange woorden.

Andere opmerkelijke angsten: alektorofobie (voor kippen), trypofobie (voor objecten met gaatjes), coulrofobie (voor clowns), lepidopterofobie (voor vlinders), paraskevidekatriafobie (voor vrijdag de dertiende), paruresis (voor plassen in het openbaar). Een eigentijdse angst, nog niet officieel erkend door de psychiatrie, waar veel mensen onder lijden, is nomofobie: de angst om niet permanent bereikbaar te zijn per mobiele telefoon.

Maar waar gaat dit verhaal eigenlijk heen?

Naar mijn eigen fobie: angst voor nieuwe hippe woorden. Er zitten heel handige woorden tussen, hoor, zoals slay, sick, vet, chill, tuff, cool, sigma, clock it of lit.

Maar ik durf ze niet te gebruiken. Het luistert te nauw. Als je bij een gen-Z’er vet zegt waar het eigenlijk slay moet zijn, of tegen een gen-alfaër langs je neus weg iets sick vindt terwijl het overduidelijk tuff is, dan klap ik helemaal dicht door die meewarige, nee neerbuigende, nee dodelijke blik die ik krijg toegeworpen: deze oude man is zó níét chill of sigma of cool. Durf ik minstens een week lang geen woord meer te zeggen tegen iedereen jonger dan veertig.

Ik heb alle fobieën bekeken, maar de mijne staat er niet bij. Ik heb een niet-bestaande fobie. Of een fobie die geen naam mag hebben.

Dus hierbij een oproep: graag een mooie naam voor angst voor nieuwe hippe woorden. Liefst iets met Latijn of Grieks. Het kan niet anders dan dat psychiaters hem onmiddellijk officieel zullen erkennen. <<

Hendrik Groen, pseudoniem van Peter de Smet, is de schrijver van het Boekenweekgeschenk 2026 Piaggio.