
Lichaamstaal
Gastcolumn van schrijver Sholeh Rezazadeh
Je knieën knikken, een probleem ligt zwaar op je maag. Ergens leg je de vinger op. Iets krijg je onder de knie, iets anders neem je onder handen. Je blijft hardnekkig. En als het moeilijk wordt, houd je het hoofd koel. Je staat met beide benen op de grond. Verantwoordelijkheid rust op je schouders. Je wast je handen in onschuld of komt ze tekort. Je steekt ze uit de mouwen als er werk moet worden verzet. Op het puntje van je tong ligt een vergeten woord en je biedt een luisterend oor aan iemand met iets op de lever. Wie je de rug toekeert, diens glimlach en vriendelijke ogen zie je niet meer. En zelf houd je het hoofd boven water. Of juist in de wolken.
Als je Nederlands spreekt, neem je geen blad voor de mond en leer je je lichaam kennen. Elk deel weet wat het moet doen. Je kent het, je gebruikt het.
Binnenkamer
In het Perzisch heeft het lichaam maar één centrum: del. Dat woord betekent ‘hart’, maar ook ‘ziel, binnenste, kern’.
Als je iemand mist, dan wordt je hart nauw, strak: del tang shodan. Als je een risico neemt, gooi je je hart in de zee: del be daryā zadan. De emotie verspreidt zich niet over knieën of schouders, niet onder de nagels; zij verzamelt zich in één binnenkamer. Als verdriet te groot wordt, verandert je hart in een kom van bloed. Je geeft je hart aan het werk, anders ontstaat er niets moois. Er loopt een weg van jouw hart naar dat van de ander als je plotseling aan iemand denkt en diegene opbelt, of wanneer je de emoties van een ander aanvoelt. Je bent tweehartig als je ergens over twijfelt. Je geeft je hart weg als je verliefd wordt – je geliefde noem je dan de ‘harthouder’. Als de liefde voorbij is, ruk je je hart weer los. Empathie is één hart delen. Een blind mens, noem je, uit beleefdheid, iemand met ‘licht in het hart’.
Niet dramatisch
En dan is er boven het hart nog iets: djān: oftewel ‘ziel, leven’. Djānam, ‘mijn ziel’, zeg je tegen wie je lief is. Je zwaarste eed zweer je bij iemands ziel. Je krijgt een verse ziel als je een frisse neus haalt. Je ziel komt tot aan je lippen als je tegen de muur bent gelopen. En als je dit alles zegt, voelt dat niet dramatisch, niet hopeloos romantisch, maar heel normaal.
Soms denk ik met mijn ziel. Ik begrijp waarom mijn schouders zwaar voelen als de verantwoordelijkheden zich opstapelen. Waarom mijn nek pijn doet als ik alles op mijn eigen manier wil doen. En ik begrijp hoe mijn taal klopt, ook in mijn hart. <<
Sholeh Rezazadeh (Tabriz, 1989) is een Iraans-Nederlandse schrijver. Enkele jaren na haar komst naar Nederland debuteerde ze in het Nederlands met De hemel is altijd paars. In 2024 verscheen haar dichtbundel Neem ruim zei de zee.
