
Pluk de dag
Over de taal die Guus Middag leest, hoort en ziet
Waar carpe diem vandaan komt? Om die vraag te beantwoorden, duikt essayist en poëziecriticus Guus Middag in een wereld vol fictieve vrouwen, waarzeggers en wijn.
Het was een mooie dag – ik hoorde iemand zeggen: ‘Pluk de dag.’ Iedereen kent die uitdrukking, en iedereen weet dat het een vertaling uit het Latijn is: ‘Carpe diem.’ Maar van wie is dat citaat, en hoe doe je dat eigenlijk: de dag plukken?
Het citaat komt uit een gedicht van de Romeinse dichter Horatius (65-8 v.Chr.). Daarin richt hij zich tot ene Leuconoë. Zij moet zich maar niet afvragen wat de goden met haar, en met hem, van plan zijn. P.H. Schrijvers vertaalde het zo, in 2003: “Vraag niet (weten is slecht) naar de termijn goddelijk vastgesteld / voor mij én ook voor jou, Leuconoë”. En Paul Claes, in 2015: “Tracht niet te achterhalen (dat brengt ongeluk) welk einde jou / en mij de goden hebben toebedeeld, Leuconoë”. Het is allemaal geen best Nederlands. Wilde Horatius haar werkelijk op zo’n stijf toontje toespreken?
Simpele ziel
Niemand weet wie Leuconoë was, en zelfs niet of ze een naam had die echt voorkwam. Integendeel, de meeste geleerden denken dat haar (Griekse) naam door de dichter verzonnen is. Leukos betekent ‘wit, blank’ en noë verwijst naar ‘gedachten, begrip’. Claes en Schrijvers vertalen haar naam niet, maar melden in hun toelichtingen allebei wel dat die mogelijk zoiets betekent als ‘met blanke gedachten’, oftewel ‘simpele ziel’. Spreekt Horatius hier nu tot een hooggewaardeerde geliefde met een ongebruikelijke Griekse naam of tot een vrouw die hij beschouwt als een dom blondje?
Wie zij ook is – onze Leuconoë moet zich maar niet inlaten met allerlei waarzeggers, zegt Horatius. We kunnen toch niets aan onze toekomst veranderen. “Beter is het wat gebeurt te ondergaan” (Claes). Misschien hebben we nog heel wat jaren te leven, maar het is ook mogelijk dat oppergod Jupiter beslist dat deze winter de allerlaatste zal zijn. Beter is het om er niet over na te denken, en in plaats daarvan maar gewoon te beginnen met het filteren van de wijn. P.H. Schrijvers: “Wijs zou je zijn als je de wijn filtert en lange illusies / snoeit met kortheid van duur.”
Vrucht aan de tak
Met de wijn, en de daarmee opgeroepen wijnrank, en met de handeling van het snoeien komen we in de buurt van het beeld dat Horatius later zal gaan gebruiken. Hij zegt het zelf niet met zoveel woorden, maar je zou het leven kunnen zien als een rank, of een tak, waar elke dag één vrucht aan groeit. Morgen zal er waarschijnlijk weer een vrucht aan die tak hangen, en de dag erna ook, maar zeker weten doe je zoiets nooit. Daarover beslissen alleen de goden. Het advies van Horatius aan zijn Leuconoë is dan ook: pluk de vrucht van vandaag, ‘Carpe diem’, letterlijk ‘Pluk de dag’. Carpe is de gebiedende wijs van het werkwoord carpere: ‘(af)plukken, afbreken, afrukken’.
Wil dit gedicht nu een serieus filosofisch betoog zijn of eerder een luchtig levensliedje? Het is moeilijk te zeggen. De tekst is wel in verband gebracht met de inzichten van andere denkers, en met teksten uit de Bijbel: “Maak je dus geen zorgen voor de dag van morgen, want de dag van morgen zorgt wel voor zichzelf” (Matteüs 6:34). Of is het toch eerder bedoeld als een eenvoudige kroegwijsheid: vergeet de toekomst, pak de fles er maar bij, we gaan vandaag lekker het leven vieren? Dan staat Horatius niet eens zo ver af van wat André Hazes jr. twee millennia later zou zingen in zijn lied ‘Leef’: “Leef – alsof het je laatste dag is / Leef – alsof de morgen niet bestaat.”
We zullen nooit weten wat de al dan niet fictieve Leuconoë er nu van vond. Misschien was ze het helemaal niet met Horatius eens. ‘Pluk de dag’ – is dat nou zo slim? Je kunt het plukken ook uitstellen: wie wat bewaart, heeft wat. Dat was ook het advies van de Duitse theoloog Maarten Luther (1483-1546), grondlegger van het protestantisme: niet de dag plukken als morgen de wereld vergaat, maar juist vandaag nog een appelboompje planten. <<
