Taalwetenschapper Ronny Boogaart staat stil bij de bordjes waar de meeste mensen aan voorbijlopen. Dit keer zag hij een interessante verkleinvorm bij een kapperszaak.

In Hoorn kunnen heren bij Jorrit hun “koppie kort scheren”. Dat woord koppie is zeker niet beperkt tot die omgeving, maar volgens de Algemene Nederlandse Spraakkunst, het dikke naslagwerk (ook online) dat de Nederlandse grammatica beschrijft, wel “informeel”. Dat is ook wat de tekst van Jorrit opvallend maakt: je ziet dat woord niet zo vaak opgeschreven. Verder leek koppie me in eerste instantie niet interessant genoeg voor een stukkie. In het Nederlands bestaan nu eenmaal veel verschillende manieren om verkleinvormen te maken, waarvan sommige meer geaccepteerd worden als standaardtaal dan andere; zelf ben ik opgegroeid in een streek waar je eerder kopken zou zeggen.

Maar er bleef een vraag in mijn koppie rondspoken. Stel dat de heren in Hoorn helemaal geen zin hebben om ‘informeel’ te worden aangesproken en na het plaatsen van het bord massaal wegblijven? Als koppie inderdaad een spreek- of streektaalvariant is van kopje, zoals bijvoorbeeld ook Van Dale zegt, dan zou Jorrit de tekst simpelweg kunnen herschrijven als: “Heren, kopje kort scheren?” Maar dat klinkt gek, en een stuk minder stoer.

Beschaafd

Om naar een hoofd te verwijzen gebruik je het woord kopje hooguit voor dieren of baby’s, dus vooral voor hoofden die letterlijk klein zijn. Niet voor heren. Een kort kopje wordt wel gebruikt voor kapsels, maar het klinkt als iemand die geen koppie wil zeggen en daarom voor de ‘beschaafde’ variant gaat. Alsof je tegen een papegaai kopje krauw zegt in plaats van koppie krauw of iemand vraagt om je een tikje (tikkie) te sturen voor de boodschappen bij apje (appie). Dat verschijnsel van hypercorrectie – je wil het goed doen en daardoor doe je het juist fout – komt bij die woorden op -ie vaker voor. Een jochie is nu eenmaal geen jochje en een makkie geen makje. Het bekendste voorbeeld is kopje kofje waarin naast koppie ook de -ie van koffie in één moeite door is geüpgraded, maar wel met een fout (of een grapje) tot gevolg – aangezien koffie natuurlijk helemaal geen verkleinvorm van kof is. En het Friese kofje ook niet trouwens.

Affektief

Verkleinvormen op -ie worden dus niet altijd voor dezelfde dingen gebruikt als de ‘nette’ vormen op -je, voorzover die al bestaan. In 1942 schreef de taalkundige Etsko Kruisinga dat de -ie een “affektieve” uitgang is, dus een gevoel uit drukt. Koppiekoppie, Kruisinga! Een kopje is dan vooral een klein hoofd (of een koffiekopje), terwijl het koppie van Jorrit niets zegt over het formaat van de herenhoofden in Hoorn. Dan is het niet zo gek dat je koppie niet zomaar kunt vervangen door kopje. Een probleem met die verklaring is wel dat alle verkleinvormen dat ‘affectieve’ gebruik kunnen hebben, ook de ‘beschaafde’ varianten, en dat het verschil tussen -ie en -je niet altijd zo duidelijk is als op het bord van Jorrit. Neemt u rustig een kopje/koppie koffie of thee.

Een waarschuwing tot slot: ook wie mij Ron noemt in plaats van Ronny, maakt zich schuldig aan een vorm van hypercorrectie, omdat ik mijn voornaam niet als verkleinvorm ervaar. <<