Kan taaladvies raken, geruststellen of enthousiasmeren? Ja, bleek bij het eerste Taalloket Live. In een Utrechtse bibliotheek gingen taaladviseurs in op vragen van toevallige passanten - naar Amerikaans voorbeeld.

Je hebt de zin: ‘Hier schijnt de zon.’ Je kunt ook zeggen: ‘Nu schijnt hier de zon.’ Maar ‘Nu hier schijnt de zon’ is fout. Waarom is dat zo? Ik wilde dat aan mijn vriendin uitleggen, maar dat lukte maar niet. En nu weet ik het!” Stralend loopt Jaap Krugten de Utrechtse bibliotheek aan de Neude uit. Hij kwam binnen om even naar de wc te gaan, en stuitte op het Taalloket Live: een kraam waar taaladviseurs van Onze Taal de prangende vragen van voorbijgangers beantwoorden.

Dat is bijzonder, want normaal gesproken doen die taaladviseurs hun werk op kantoor. Jaarlijks beantwoorden ze per mail, WhatsApp en telefoon zo’n 11.000 taalvragen. Daarin worden ze sinds 2024 bijgestaan door dertien enthousiaste vrijwilligers, die elk een dagdeel per week het online Taalloket bemensen. Op een zweterige, zomerse zaterdagmiddag deden vijf lokettisten dat voor het eerst live. Waar gingen hun gesprekken over?

Onze Taal-taaladviseur Fieneke Jochemsen (l.) in gesprek met Utrechtse bibliotheekbezoekers. Foto: Fleur Wiersma

Cola zerootje

Charlotte Leenaers is een van de vrijwilligers die in de prachtige bibliotheekhal achter een statafel staan. Ze is waterbouwkundige, en altijd omringd door techneuten. Maar op haar 55e ging ze Nederlands studeren, uit taalliefde. Moeiteloos beantwoordt ze de vraag van Jaap: “De persoonsvorm schijnt, het vervoegde werkwoord dus, is altijd het tweede zinsdeel van de zin. Er kan dus wel een tijdsbepaling als nu voor staan, maar als er ook nog een plaatsbepaling als hier bij komt, komt die áchter de persoonsvorm te staan”, legt ze vriendelijk uit. Het kaartje met de uitleg krijgt hij mee. “Ik vind taal superfascinerend!” zegt Charlotte. “En advies geven geeft veel voldoening. Deze meneer zocht informatie, en die kon ik hem geven. Daar word ik blij van.”

Ook taaladviseur Fieneke Jochemsen voert de hele middag gesprekken over taal. “Over het verschil tussen slang en literatuurtaal, en of het colaatje zero of cola zerootje is bijvoorbeeld – het kan allebei, maar cola lightje klinkt minder lekker, doordat je light niet goed kunt verkleinen. Net stond ik met iemand dit mooie gebouw te bewonderen, en toen kwamen we van Utrechtse architectuur op ingenieurs, en toen op titels, en zo op de nieuwe spelling, vreemde talen leren, en de voordelen van meertaligheid.” Het is een verschil met het gewone Taalloket-werk: daar komen specifieke vragen binnen, waar mensen tegenaan lopen als ze bijvoorbeeld een tekst aan het schrijven zijn. “Hier bij het Taalloket Live komen mensen niet allemaal met een vraag, maar je kunt wel altijd met ze van gedachten wisselen”, zegt Fieneke. “We nodigen mensen uit hun liefde voor taal te delen én hun frustraties.”

Nieuwsgierig

Het Taalloket Live is geïnspireerd op de zogenoemde Grammar Table van de Amerikaanse taalexpert Ellen Jovin. Op een middag in 2018 zette zij haar opklaptafel op een pleintje in New York, met een zelfgeschreven bordje: “Grammaticatafel”. Voorbijgangers begonnen meteen vragen te stellen, en dat leidde tot zo veel leuke en interessante gesprekken, dat Ellen en haar man Brandt Johnson de tafel in de kofferbak stopten en op roadtrip gingen. Inmiddels heeft de Grammar Table in alle Amerikaanse staten gestaan, en sprak Ellen met tienduizenden mensen over grammatica en andere taalgerelateerde kwesties. Ze schreef er een boek over, en haar man maakte een documentaire – allebei getiteld Rebel with a Clause.

Over de gesprekken aan haar Grammar Table schreef Ellen Jovin een boek (2022), en maakte haar man Brandt Johnson een documentaire (2025). Beide hebben de titel Rebel with a Clause, een woordspeling die de filmtitel Rebel without a Cause (1955) combineert met clause, het Engelse woord voor ‘zinsdeel’. Zowel het boek als de documentaire bevatten een heleboel van de grappige, interessante en ontroerende gesprekken die Ellen aan haar tafel heeft. De documentaire wordt momenteel in de VS vertoond, maar er zijn plannen voor een Europese tournee, waarbij Ellen en Brandt ook Nederland en België willen aandoen. Docenten kunnen daarnaast mogelijk toestemming krijgen om de documentaire in de klas te vertonen. Meer informatie over de documentaire vind je hier.

Als het over grammatica gaat, denken mensen al snel aan slaapverwekkende lessen zinsontleding, aan rijtjes naamvalsuitgangen stampen, en aan wat ze allemaal fout kunnen doen. Niets van dat alles is te zien aan Ellens tafel: er wordt vooral veel gelachen en mensen delen hun vragen, frustraties én plezier. Als we op een avond videobellen, vertelt Ellen: “In de taallessen die ik door de jaren heen heb gegeven, heb ik gezien waar mensen nieuwsgierig naar zijn. Maar ze worden daarvan afgeleid door onzekerheid over zaken als interpunctie en zinsstructuur. Daar wil ik ze bij helpen, zodat ze zich vrij gaan voelen om hun gedachten onder woorden te brengen.”

Net als Fieneke gebruikt Ellen de vraag van een bezoeker vooral als startpunt voor een breder gesprek. “Taal beïnvloedt vrijwel alles wat we op een dag doen en beleven, en het helpt ons om emotioneel en intellectueel te floreren”, zegt ze. “Ik haal er veel plezier uit om erover te praten, maar het is ook gewoon heel belangrijk. Achter elke vraag gaat een mens schuil. De waarde zit niet in het antwoord, maar in het gesprek, en de verbinding die daarmee ontstaat.”

Vloeiend

Die verbinding is ook duidelijk in de documentaire te zien. Bijvoorbeeld wanneer een Filipijnse vrouw Ellens Grammar Table benadert en zich in perfect Engels verontschuldigt dat ze de taal ‘niet vloeiend spreekt’. Ellen verzekert haar dat dat wél zo is, tot ontroering van beiden, en ze wisselen nog wat woordjes Tagalog. Ellen: “We hadden al een heel gesprek gehad en ze sprak zo goed dat ik echt even verward was. Maar ik maak vaak mee dat mensen onzeker zijn over hun tweede taal. Ik ben blij dat dit fragment in de film zit, want het is heel waardevol voor andere mensen die het Engels niet als moedertaal hebben.”

Ook bij het Taalloket in Utrecht komen tweedetaalsprekers langs. De Turkse Melih vertelt dat hij Nederlands geleerd heeft door naar taalcafés te gaan: plekken waar je met informele gesprekjes je Nederlands kunt oefenen. Hij kan dus behoorlijk goed spreken, maar durft het niet altijd, omdat hij de achterliggende regels nooit expliciet heeft geleerd. Waarom is het bijvoorbeeld ‘ik bén geweest’ maar ‘ik héb gedaan’, en hoe weet je in andere gevallen of je hebben of zijn moet gebruiken? Ook Melih vertrekt tevreden, met een kaartje vol uitleg in zijn tas.

Ellen Jovin achter haar ‘Grammar Table’ in Detroit. Foto: Brandt Johnson

Maak je niet druk

Aan een andere tafel schuift stadsgids Bert Barten aan. Hij helpt een keer per week als taalmaatje een Iraanse vrouw bij het leren van Nederlands. Hoe kan hij haar uitleggen wanneer je het woordje er gebruikt? “Het zijn maar twee letters, maar het is een van de moeilijkste dingen aan het Nederlands”, zegt hij. Dat beaamt vrijwilliger James Zwaag, die de regels aan Bert uitlegt en hem op het hart drukt vooral veel te oefenen met zijn taalmaatje. James gaf Frans op de middelbare school en meldde zich na zijn pensionering aan als vrijwilliger bij Onze Taal. “Ik las het blad al. Daardoor zat ik al in de sfeer van: grammatica vertelt niet hoe het moet, maar helpt begrijpen hoe het werkt. Maar als docent moet je natuurlijk toch met de rode pen aan de slag. Wie een vreemde taal leert, heeft regeltjes nodig. Nu, als vrijwilliger, is mijn rol vooral om het uit te leggen, dat is meer ontspannen.”

Dat uitleggen is een kunst op zich, vertelt taaladviseur Fieneke: “Je wilt natuurlijk feitelijk juist antwoorden, maar je moet je altijd eerst afvragen: van wie komt deze vraag? Wat is de context? Je antwoordt een scholier anders dan een dicteetijger of een marketeer.” De antwoorden gaan meestal dan ook verder dan ‘dit is goed en dit is fout’. Fieneke: “Ik denk niet zo in die termen over taal. Ik wil mensen helpen zonder te zeggen: wat jij doet is verkeerd. Eigenlijk probeer ik zelfverzekerde taalgebruikers van ze te maken.” Net als Ellen wil Fieneke vragenstellers helpen om zich uit te drukken. “Als je taal hebt om je doelen te bereiken, wordt je leven makkelijker, fijner en mooier”, zegt ze. Hóé je ze daarbij helpt, verschilt: “Sommige mensen halen zelfvertrouwen uit weten wat de heersende conventies zijn. Andere mensen help je juist met een ontspannen houding: wat jij doet is normaal, maak je niet druk.”

Klachten

Wordt het nou nooit saai voor een taaladviseur, om steeds dezelfde vragen te beantwoorden? “Voor mij zijn het niet dezelfde vragen”, glimlacht Ellen. “Het is steeds een unieke situatie, want de vraagsteller is steeds iemand anders met een andere gezichtsuitdrukking, toon en motivatie voor de vraag. Elk gesprek is daardoor anders.” Die open blik heeft Ellen ook naar mensen die ergens boos over zijn, of anderen willen corrigeren. “Soms doen mensen pedant over grammatica. Ook daarover wil ik niet oordelen. Bij een filmvertoning laatst kwam een vrouw naar ons toe met twee kantjes vol klachten over taal. Ze wilde er niet over praten, ze wilde me gewoon die klachten geven. Ik denk dat dat een grote opluchting was voor haar. Dat is dan óók een moment van verbinding.”

Ook Fieneke ziet taalklachten vooral als een startpunt. “Soms vinden mensen ons advies verkeerd, of te slap. Die hebben op school een norm geleerd en vinden dat wij die strenger moeten handhaven. De kunst is dan om te vertellen hoe het zit met zo’n norm, met een taalkundige uitleg erbij over waarom een bepaalde constructie door heel veel mensen toch gebruikt wordt. We proberen mensen ook tegemoet te komen. Want als ze geïrriteerd of gefrustreerd zijn, dan laat dat hun betrokkenheid zien. Dat mensen de moeite nemen om een mail te sturen of ons aan te spreken, zegt wel iets over hoe belangrijk ze taal vinden. Die taalliefde wil ik alleen maar stimuleren. Frustraties zijn onderdeel van onze taalwerkelijkheid. Ze laten zien dat mensen met taal bezig zijn, en dát is winst.”

In de hal van de bibliotheek staan drie wat oudere mannen onder elkaar te smoezen. Uiteindelijk stappen ze op de statafel af. “Wij willen weleens testen hoe goed ons Nederlands is. We denken heel goed. Heeft u een examentje?” De taaladviseurs schudden nee: “We zijn hier voor uw vragen!” De mannen lopen verder. “Dan gaan we koffiedrinken.” <<

Nieuwe edities van Taalloket Live: 16 oktober 2026 op het Taalfeest in Antwerpen en 24 oktober 2026 in de Tilburgse bibliotheek LocHal.