In de vriendenkring van m’n oudste zoon sta ik bekend als de man die iets van woordjes weet. Toen hij nog in een studentenhuis woonde, leidde dat geregeld tot vragen. ‘Yo ouwe! We hebben het hier net over dit woord. Waar komt dat eigenlijk vandaan?’ Inmiddels heeft m’n oudste zoon een jong gezin, net als veel van z’n vrienden. Toch sijpelt er af en toe nog een taalvraag door.

Zo vroeg hij onlangs, na een etentje met een van z’n oudste vrienden: “Wat betekent het woord tropenjaren eigenlijk?” Z’n oudste vriend, laten we hem T. noemen, had daar een theorie over. T. reist graag in tropische landen, met name in Azië. Hij heeft het daar altijd erg naar z’n zin. Tropenjaren, zo meende hij, kon daardoor maar één ding betekenen: fijne, goede jaren. Vol lekker eten, zon, omringd door aardige mensen.

Maar het zit anders. De Dikke Van Dale vermeldt bij tropenjaar als eerste betekenis: “in de tropen doorgebracht jaar”, met als toevoeging het spreekwoord tropenjaren tellen dubbel. Dit betekent: “van jaren in de tropen of jaren van zwaar werk wordt iemand of iets twee keer zo snel oud”. De tweede betekenis in de Dikke Van Dale luidt: “bijzonder moeilijk, slopend of zwaar jaar”.

Andere wereld

Kortom, tropenjaar heeft geen positieve betekenis, maar juist een negatieve. Dat komt doordat het is verbonden aan ons koloniale verleden. Van Dale vermeldt niet hoe oud het woord tropenjaar is, maar we vinden het al sinds het eind van de negentiende eeuw. Nederland beschikte toen nog over een aanzienlijk koloniaal rijk.

“Het vertrek uit Nederland naar Indië”, schreef de historicus Loe de Jong in 1984, “betekende dat men in een totaal andere wereld belandde: dag en nacht ongeveer even lang, een korte schemering en maar een zwakke wisseling in de seizoenen – geen lente, zomer, herfst of winter, maar, behalve in de hooggelegen gebieden, één voortdurende, drukkende warmte met weinig afkoeling ’s nachts, en vooral in de maanden van de zogenoemde natte moesson, een hinderlijk-hoge luchtvochtigheid.”

Al met al was het een zeer uitputtend klimaat (en was er ook nog de kans op tropische ziektes). Vandaar dat men zei: tropenjaren tellen dubbel. Dat moet je vrij letterlijk nemen, licht De Jong toe: bij de pensioenberekening van ambtenaren die in de kolonies hadden gediend, telde elk dienstjaar als twee pensioenjaren. Tot 1930 was in Nederlands-Indië vijfenveertig (45!) de pensioengerechtigde leeftijd, toen dit in Nederland nog vijfenzestig was. Na de economische crisis van de jaren dertig werd dit verhoogd tot vijftig jaar.

Aktetassen

Tropenjaren werden dus, ondanks al het bedienend personeel, als uitputtend ervaren. Ze deden je terugverlangen naar Nederland, hoewel remigratie soms uitliep op een teleurstelling. Dat zien we terug in een gedicht van Willem Brandt (1905-1981). Brandt werkte tussen 1937 en 1955 in Nederlands-Indië als journalist. Terug in Nederland keek hij met verbazing om zich heen: goedgeklede nette mensen, aktetassen, sneeuw op de daken. “Dan is dit dus na al die tropenjaren, / de rimboe en een primitief bestaan, / datgeen waarnaar wij zo verlangend waren / en waar men voor naar Holland is gegaan.” Maar lopend in Amsterdam voelt hij dat z’n hart zich blijft verzetten. Hij verlangt terug naar Sumatra, naar z’n warme, fijne tropenjaren daar. <<