
Verdwijnt de tolk uit Vlaamse scholen?
De Vlaamse overheid vergoedde lange tijd de inzet van ‘sociaal tolken’ in het onderwijs. Die regeling staat onder druk. Hoe kan dat? En wat zijn de gevolgen?
Als ouder wil je natuurlijk het allerbeste voor je kind, dus laat je geen oudergesprek op school aan je voorbijgaan. De lerares zegt dat het goed is om als ouder mee te draaien met bijvoorbeeld feestjes en schoolreisjes, maar eigenlijk ben je net niet lang genoeg in het land om de taal goed te verstaan – laat staan om die te spréken. Frustrerend, want kennelijk wordt er iets van je verwacht, maar wat?
Overboord
Je zoon of dochter inzetten in de rol van tolk is dubieus: je wilt natuurlijk niet dat je kind een gesprek over zichzelf moet vertalen. Zelfs een oudere zus of oom inschakelen wordt afgeraden: familieleden tolken niet altijd correct of volledig, ze hebben soms de neiging in jouw plaats te antwoorden of ze kennen de vak- en schooltermen niet.
Eigenlijk is er in deze situatie maar één goede oplossing: een echte tolk inschakelen. Zo kom je tot een evenwichtig gesprek, waarin alle partijen erop kunnen vertrouwen dat hun boodschap volledig en in alle nuances overkomt bij de ontvanger. In Vlaanderen is er een overheidsorganisatie die zich hiervoor inzet: het Vlaams Agentschap Integratie en Inburgering.
Dat agentschap heeft een opleiding opgezet voor ‘sociaal tolken’, mensen die gespecialiseerd zijn in het omzetten van vertrouwelijke, persoonlijke gesprekken met bijvoorbeeld een dokter, maar ook dus met een leraar. Daarbij volgt zo’n tolk een code die uitgaat van discretie, neutraliteit, volledigheid, transparantie en een professionele houding. Maar de inzet van sociaal tolken op scholen staat sterk onder druk in Vlaanderen nu de financiering vanuit de overheid wegvalt.

Regel het zelf
De vorige Vlaamse regering beloofde in het regeerakkoord van 2019-2024 nog om bij te springen in de kosten voor tolken voor ouders die zich in een inburgeringstraject bevinden, maar verslikte zich in die belofte. Al in september 2019 was het geld op.
Nu is er een nieuwe regering in Vlaanderen: een brede coalitie van de N-VA, Vooruit en CD&V. Die gaat volop voor de taalverwerving van de ouders en trekt daarom geen budget meer uit voor tolken op school. Er worden nog altijd wel sociaal tolken opgeleid, alleen krijgen scholen vanuit de Vlaamse overheid geen geld meer om ze daar in te zetten. Het nieuwe regeerakkoord van 2024-2029 gaat er immers van uit dat ouders zo snel mogelijk Nederlands moeten en zullen leren. Maar nieuwkomers bereiken natuurlijk doorgaans niet meteen het taalniveau dat nodig is om ingewikkelde gesprekken te voeren over het welbevinden van hun kind. En zulke gesprekken tussen ouder en leerkracht zijn vaak net in dit soort kwetsbare situaties nodig.
De Vlaamse overheid wil de tolken niet meer betalen en suggereert zo dus eigenlijk: regel het zelf, en neem gerust een chatbot mee naar het oudergesprek. Maar tegen nieuwe vertaaltechnologieën en artificiële intelligentie vallen natuurlijk ook gemakkelijk bezwaren te bedenken: zo zijn bestaande chatbots over het algemeen in handen van grote bedrijven, en is het niet duidelijk wat die in de toekomst met de inhoud van vertrouwelijke gesprekken zullen doen.
Ongelijke kansen
Ouders blijken in deze nieuwe situatie terug te grijpen op de eerdergenoemde oplossingen: wel die oudere zus of – helaas – de leerling zelf die aan de slag gaat als tussenpersoon. Dat blijkt uit recent onderzoek van Sofie Knockaert, een studente van de masteropleiding Tolken aan de KU Leuven die het inzetten van sociaal tolken in het kleuter-, lager en secundair onderwijs onderzocht.
Er zijn ook nog wat andere dingen die opvallen in Knockaerts onderzoek. Zo blijken twee op de drie leden van het bevraagde schoolpersoneel in het verleden al gewerkt te hebben met een professionele sociaal tolk, en was dat meestal een positieve ervaring. Positief, maar (te) duur dus voor de Vlaamse overheid en niet in lijn met de focus op Nederlands en alleen Nederlands.
Toch zijn er af en toe nog wel tolken te vinden bij oudergesprekken. Wie betaalt die als de overheid het niet meer doet? Ook dat onderzocht Knockaert. Het zijn nu de lokale overheden (stads- of gemeentebesturen) die soms bijspringen, maar er zijn grote verschillen vast te stellen. Elke gemeente beslist voor zichzelf óf en hoevéél ze bijdraagt aan die tolken op school. Waar in de ene gemeente (Kontich) de beschikbare fondsen niet worden opgebruikt, meldt de andere gemeente (Boechout) helemaal geen geld daarvoor te hebben. Een derde gemeente (Mol) probeert het gebrek aan voldoende middelen te compenseren door vrijwilligers op te leiden. In de praktijk varieert de aard van de steun dus sterk, wat de facto uitmondt in ongelijke kansen voor leerlingen en hun (anderstalige) ouders. <<
Sociaal tolken in Nederland
In Nederland bestaat er vanuit de overheid niet zoiets als ‘sociaal tolken’, al zijn er wel individuele tolken die zich specifiek toeleggen op het tolken voor bijvoorbeeld scholen of bij doktersbezoek. Die tolken werken in Nederland doorgaans zelfstandig of in dienst van een commercieel bureau. Een overheidsinstelling zoals het Vlaamse Agentschap Integratie en Inburgering dat zich met het tolken bezighoudt, is er niet. Er zijn geen precieze cijfers beschikbaar, maar vermoedelijk maken Nederlandse scholen slechts bij hoge uitzondering gebruik van een tolk.
Er zijn dan ook nadelen voor scholen om een tolk in te schakelen. Zo kosten getolkte gesprekken meer tijd en zijn ze organisatorisch ingewikkelder: er moet iemand gevonden worden die op het juiste moment ter plaatse kan zijn. Niet alle scholen krijgen dat praktisch gebolwerkt. Het is bovendien duur: een tolk wordt grondig opgeleid, en zoals zo vaak zie je de intensiteit van de vooropleiding terug in het prijskaartje van de afgeleverde dienst.
