Ploink, een e-mail. In het Engels. Van een Kroatische Australiër. Of ik zin heb om hem Twents te leren. Tegen betaling. Hij heeft verkering met een Nederlandse en is van plan hiernaartoe te verhuizen voor haar. Hij heeft ook al Nederlandse taalles, maar zij blijkt specifiek uit Twente te komen. Nu heeft hij gehoord dat er een Twents dialect bestaat, dus wil hij voor haar en haar familie Twents leren. Supermooi. Zowel van hem, voor hen als voor het Twents.

Hij is niet de eerste. Zo’n drie jaar geleden gaf ik voor de University of Twente gastlessen Twents aan onder anderen Mexicaanse en Russische studenten. Dat lijkt misschien iets kleins vanuit Nederlands perspectief, maar Twents was in de collegebanken niet eerder te horen.

Misschien heb ik de vraag ook wel een beetje zelf gecreëerd. Omdat ik geloof dat als je wat groter durft te denken, het dat vanzelf ook wordt. Er zijn er niet zoveel die tegelijk redelijk Engels en Twents kennen en nog zin hebben om het door te geven. YouTube werkt ook nog eens mee als zoekmachine, dus als je als taallustig Austro-Kroaat ‘Dialect of Twente’ intikt, kom je maar bij één persoon uit.

Het mooie van dit soort lessen is dat deze mensen er totaal onbevooroordeeld in gaan. Voor hen is het doodnormaal dat er in een land meerdere talen naast elkaar kunnen bestaan (schijnt voor Nederlanders nog weleens lastig te zijn). In Australië zijn het er meer dan honderdtwintig, in Mexico zeventig en in Rusland meer dan honderd. Zelfs Kroatië heeft er minstens zeven, dus die vier erkende inheemse van Nederland zijn een lachertje.

Vanuit het Engels lesgeven in het Nedersaksisch is tegelijk bevreemdend en bevrijdend. Omdat je niet op het Nederlands kunt teruggrijpen, maar nu ook niet door allerlei vooroordelen geplaagd wordt.

Wie had gedacht dat Twents nog eens romantisch zou zijn? Nu maar hopen dat de verkering aan blijft. Zo niet, hebben we daar een mooie Twentse uitdrukking voor, die ik hem zeker ga bijbrengen.

Martin ter Denge