
Taal gaat leven in de klas
De nieuwe leerdoelen van het schoolvak Nederlands
Het schoolvak Nederlands gaat in Nederland flink op de schop. Waar het jarenlang draaide om saaie regeltjes en losse vaardigheden, moet de aandacht nu veel meer komen te liggen op samenhang en onderwijs dat écht boeit.
Ik jag’n van dorp naor dorp met mien maoten,
zo fietst wie van Raol naor Grol en wieder
Dan kump wie langs mooie heideschaopen
en zingt wie donders mooie lieder’n
Dat hij nog eens zo’n prachtig gedicht zou schrijven, had Tim (16) nooit verwacht. Het vak Nederlands? Saai. “Het ging alleen maar over d’s en t’s, persoonsvormen en werkwoorden. Ik kon het wel, maar vond er geen bal aan.” Totdat hij vorig jaar in de klas kwam bij Matijs Lips, leraar Nederlands op het Volta in het Drentse Beilen. “Meneer Lips geeft het vak echt anders dan anderen.”
Vooral de lessenserie over het Drentse dialect was een gamechanger voor Tim. Ineens ging het niet meer over een invuloefening in een lesboek, maar over de taal waarmee hij zelf is opgegroeid. Een gastdocent van streektaalorganisatie Huus van de Taol kwam in de klas vertellen over de geschiedenis van het Nedersaksisch. De leerlingen lazen Drentse gedichten en schreven er vervolgens zelf een. “Dat waren nog eens mooie lessen”, blikt Tim terug. “Het ging over míjn geschiedenis en omgeving. In de klas stond ons groepje boeren ineens in het middelpunt, want van het Drents wisten wij veel.”
De lessen die Tim en zijn klasgenoten kregen, passen bij de nieuwe koers die het vak Nederlands de komende jaren inslaat op Nederlandse basisscholen en het voortgezet onderwijs. Natuurlijk moeten leerlingen nog steeds leren lezen en functionele teksten schrijven. Maar daarnaast komt er veel meer aandacht voor taal- en cultuurbewustzijn, taalkunde, identiteit en literatuur. Ook moeten de verschillende onderdelen van het vak meer met elkaar verbonden worden. Dit alles is vastgelegd in de zogenoemde kerndoelen en eindtermen (zie het kader hieronder), die voor het eerst in twintig jaar zijn geactualiseerd. De ingrijpende vernieuwing van het vak laat zich misschien nog het best samenvatten als een beweging van taal gebruiken naar taal gebruiken én begrijpen. Waarom is dat nodig, en waarom nu?
Wat zijn de nieuwe kerndoelen en eindtermen?
Kerndoelen beschrijven wat leerlingen aan het einde van de basisschool en de onderbouw van het voortgezet onderwijs per vak moeten kennen en kunnen. Ze geven de grote lijn aan, maar schrijven niet precies voor hoe scholen les moeten geven. Voor de bovenbouw bestaan daarnaast eindtermen: concretere doelen die uiteindelijk ook worden getoetst in examens. Belangrijke veranderingen voor het vak Nederlands:
- meer samenhang tussen lezen, schrijven en spreken;
- meer aandacht voor taalbewustzijn en taalkunde;
- literatuur (waaronder poëzie) krijgt een grotere rol;
- leerlingen leren taal niet alleen gebruiken, maar ook onderzoeken en begrijpen.
De nieuwe kerndoelen zijn inmiddels verankerd in de wet en traden in augustus 2026 in werking. De inspectie controleert scholen er vanaf augustus 2031 op. Voor de eindtermen begint in september 2026 een tweede testfase op geselecteerde scholen. De nieuwe examenprogramma’s treden naar verwachting in september 2028 in werking.
In Vlaanderen werken middelbare scholen sinds 2019 gefaseerd met vernieuwde onderwijsdoelen voor het schoolvak Nederlands, waarin meer aandacht is voor functioneel taalgebruik, lezen en taalbeschouwing.
Weinig houvast
Volgens onderwijsadviseur en taalexpert Margreet Mulder zijn de huidige kerndoelen van het Nederlands sterk verouderd. “De maatschappij is sinds 2006, toen de kerndoelen voor het laatst vernieuwd werden, enorm veranderd. Zo groeien kinderen en jongeren tegenwoordig op met sociale media en smartphones, waarop ze vooral veel video’s zien. Ook bewegen ze zich meer dan vroeger tussen verschillende talen en taalvarianten: thuis, op school en online. En ze lezen een stuk minder dan vorige generaties.”
De verouderde kerndoelen zijn bovendien zo breed geformuleerd dat ze scholen weinig richting en houvast geven. Mulder: “Met als gevolg dat scholen er heel verschillend mee omgaan. Een doel als ‘de leerling maakt kennis met literatuur’ zegt bijvoorbeeld weinig over hoe diep die kennismaking moet gaan. Je zou kunnen zeggen dat dit doel behaald is zodra een leerling een boek in handen heeft gehad.”
Tegelijk liegen de cijfers er niet om: de leesvaardigheid van leerlingen neemt al jaren fors af. “Te veel leerlingen verlaten de school met een beperkte woordenschat en hebben moeite om langere teksten goed te begrijpen en zich helder uit te drukken”, zegt Mulder. “Er is in ons onderwijs dus iets anders nodig.”
Meer samenhang
Binnen het vak Nederlands bestaan nu vaak eilandjes. Leerlingen krijgen losse lessen en losse toetsen voor grammatica, spelling en begrijpend lezen. Mulder: “Bij een lesje werkwoorden vervoegen hebben leerlingen het trucje op een gegeven moment wel door. Oké, stam + t, en ze vullen keurig een rijtje stippellijntjes in. Maar als je ze vraagt dezelfde regel in een schrijfopdracht toe te passen, lukt dat niet. Ze maken simpelweg de transfer niet van het grammaticalesje naar het zelf schrijven.” Juist door verschillende losse vaardigheden met elkaar te verweven, krijgen die meer betekenis. Want lezen versterkt het schrijven en andersom, blijkt ook uit onderzoek.
Helemaal sterk is het als dit gekoppeld wordt aan lessen die aansluiten bij de leefwereld van leerlingen. De leraar van Tim, Matijs Lips, geeft een voorbeeld uit het vmbo. “We eindigden het vorige schooljaar met het thema geluk. We keken de film The Pursuit of Happyness en een aflevering van Wetenschap Havermoutpap over geluk, lazen het gedicht ‘De Dapperstraat’, het volksverhaal ‘Japanse steenhouwer’ en een zakelijke tekst over geluk in arme en rijke wijken. Leerlingen verwerkten dit tot een poster en schreven als eindtoets een ingezonden brief naar de lokale krant. Alles komt samen: kennis, schrijf- en leesvaardigheid, maar ook persoonlijke vorming.”
Lips was onderdeel van een zogenoemde vakvernieuwingscommissie bij SLO, het landelijke expertisecentrum dat verantwoordelijk is voor het ontwikkelen van de nieuwe kerndoelen. Voor zijn school ontwikkelde hij een nieuw examenprogramma voor het vmbo theoretische leerweg. “Het vooroordeel dat jongeren niet geïnteresseerd zijn in taal, is bij ons op school weggenomen. Het is maar hoe je taal aanbiedt.”
Onderzoekende houding
Het vak Nederlands leert jongeren straks een meer onderzoekende houding aan te nemen. “Het vak is nu sterk gericht op praktisch nut”, zegt Erwin Mantingh, lerarenopleider Nederlands aan de Universiteit Utrecht en net als Lips betrokken bij de vakvernieuwingscommissie van SLO. “Maar wat is taal eigenlijk? Waarom praten mensen zoals ze praten? Hoe beïnvloeden woorden ons denken? Aandacht voor dit soort taalkundige thema’s maken het vak voor leerlingen veel interessanter.”
Hans Das, leraar Nederlands op het Greijdanus in Zwolle en lerarenopleider aan de Universiteit van Amsterdam, besteedt in zijn lessen al jaren aandacht aan taalkunde. “Ik vind het belangrijk dat leerlingen het concept taal beter gaan begrijpen. En bijvoorbeeld leren reflecteren op hun eigen taalgebruik.”
Om dat te bereiken, doen zijn leerlingen in vwo 4 een taalkundeproject. Zo onderzocht Nuna met twee klasgenoten hoe peuters zinnen vormen. Ze lieten kinderen in een crèche naar een druk tafereel op een Van Haasteren-puzzel kijken en analyseerden de gesprekken die ontstonden. “We keken onder andere naar enkelvoudige en samengestelde zinnen”, vertelt Nuna. “Waarom maakten sommige kinderen langere zinnen dan andere? We onderzochten of er een verband was met voorlezen door ouders. Dat leek inderdaad zo te zijn. Ik vond het leuk om niet alleen bezig te zijn met hoe je taal goed of niet goed gebruikt. Taal is veel meer dan het voorschrijven van regels, ontdekte ik. Taal leeft.”

Doomscrollen
Ook leraar Kirsten Dors van College Zuid in Enschede introduceerde taalkunde in haar lesprogramma, vooruitlopend op de nieuwe kerndoelen. Zo doet ze met leerlingen uit de tweede klas een project over neologismen: nieuwgevormde woorden of bestaande woorden die een nieuwe betekenis krijgen, zoals ontvrienden of doomscrollen. Daar hoort een onderzoekje bij met een test die voorspelt of een nieuw woord een blijvertje is of niet. “Leerlingen vinden dat zo leuk! Ver nadat het project is afgerond, komt het onderwerp nog terug in de klas.”
Een andere lessenserie gaat over forensische taalkunde. Daarin vertelt Dors een verhaal over een leraar die een anonieme dreigbrief ontvangt. Wie heeft die brief geschreven? Leerlingen vergelijken het taalgebruik van vijf verdachten (denk aan terugkerende spellingkeuzes, typische zinsconstructies en opvallende woorden), verzamelen argumenten en betogen in een rechtszaak waarom iemand wel of niet schuldig is. Dors: “Leerlingen beseffen door deze lessen dat taal iets zegt over wie je bent, en dat je iemand kunt herkennen aan diens taalgebruik. Kortom: dat taal raakt aan identiteit.”
Poëzie
Ook literatuur verdient volgens de vernieuwde kerndoelen nadrukkelijk aandacht in de klas. Leraar Hans Das is groot voorstander: “Literatuur gáát ergens over. Over het leven, de wereld, gevoelens. Literaire teksten voeden het empathisch vermogen, leren je je in te leven in een ander, helpen je kritisch te denken en stil te staan bij maatschappelijke problemen.”
Das zet zich daarom in voor meer poëzie in de klas. “Ik geloof er sterk in dat leerlingen betere lezers worden als ze poëzie lezen. Want bij een gedicht moet je heel nauwkeurig lezen om te ontdekken wat er staat.” In zijn klassen laat Das leerlingen weleens gedichten op volgorde leggen, bijvoorbeeld van moeilijk naar makkelijk. “Fantastisch hoeveel dat losmaakt! Want waar classificeer je op: vorm, taalgebruik of inhoud? Als ik de verschillende volgordes op het bord schrijf, barst de discussie al los voor ik ben uitgeschreven.”
Denkstand
Is het onderwijs wel klaar voor de nieuwe kerndoelen? Wat vraagt dit van leraren? “Best veel”, zegt lerarenopleider Erwin Mantingh. “Als lezen, schrijven, spreken, literatuur en taalonderzoek meer met elkaar verweven moeten worden, vraagt dat om een andere manier van lesgeven. Bijvoorbeeld meer lessen ontwerpen die aansluiten bij de belevingswereld van leerlingen in een specifieke omgeving.” Daarbovenop vragen de nieuwe kerndoelen iets van de houding van leraren. Het wordt belangrijker kinderen en jongeren in de denkstand te krijgen. “Dan heb je minder aan een alwetend orakel voor de klas dat kennis overdraagt en meer aan een gesprekspartner die nieuwsgierigheid aanwakkert.”
Scholen en leraren krijgen tot 2031 de tijd om hun onderwijs aan te passen aan de nieuwe kerndoelen. De komende jaren ondersteunt het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap scholen bij de overgang met onder andere praktische handreikingen en voorbeeldmaterialen. Maar volgens Mantingh is vooral tijd een cruciale factor. “In de lerarenopleidingen krijgen studenten al les over de nieuwe kerndoelen. Maar bestaande leraren hebben over het algemeen te weinig tijd om zich door te ontwikkelen. Ik hoop dat daar met bijvoorbeeld subsidie ruimte voor wordt gemaakt.”
Rijker vak
Uiteindelijk zullen de nieuwe kerndoelen en eindtermen het vak vooral rijker maken. Onderwijsadviseur Margreet Mulder: “Ik ben ervan overtuigd dat de resultaten van ons taalonderwijs beter zullen worden.” Mantingh somt ook andere voordelen op: “Het zal leiden tot bewuste leerlingen die goed kunnen luisteren, gesprekken kunnen voeren, hardop kunnen denken, een tekstje kunnen schrijven, kritisch kunnen lezen en iets snappen van hoe taal in elkaar steekt. Uiteindelijk wordt de hele samenleving daar beter van. Verdraagzamer ook, want je snapt elkaars verschillen beter.”
Voor de Drentse Tim betekent het vernieuwde taalonderwijs dat hij een nieuwe kant van zichzelf ontdekte. Trots is hij op zijn gedicht ‘Op fietse’, dat hij schreef tijdens de lessenserie over het Drents (en waaruit je enkele regels las aan het begin van dit artikel). Ook als hij straks gaat leren voor hoefsmid, blijft hij schrijven. “Gewoon tussen de bedrijven door. Wat ik beleef, zet ik rijmend op papier, en vaak komt er wel wat moois uit. Het is een manier om te uiten wat ik meemaak en voel.” <<
Taalkundelessen van Onze Taal
Welke (bijna) vergeten woorden zouden we vaker moeten gebruiken? Waarom komen veel straattaalwoorden uit het Sranantongo? En wat kan chattaal je leren over taalkunde? Het zijn zomaar wat onderwerpen die voorbijkomen in de lessen die Louk Röell als educatiemedewerker van Onze Taal de voorbije jaren heeft gemaakt voor het primair en voortgezet onderwijs. Het gaat om gratis lesopeners, afsluiters en complete lessen.
Onze Taal-directeur Vibeke Roeper: “Met die lessen willen we het taalplezier bij leerlingen vergroten. Die gaan op onderzoek uit en ontdekken zelf hoe taal werkt. In de nieuwe kerndoelen krijgt taalbeschouwing een grotere rol; onze lessen sluiten daar goed bij aan.”
Bij elk nieuw nummer van Onze Taal komen er lessen bij; zie in dit nummer bijvoorbeeld het artikel ‘Erwt’ en het artikel ‘Een klas vol talen’. Alle lessen van Onze Taal zijn hier te vinden.
