“Taal is veel meer dan het voorschrijven van regels, ontdekte ik. Taal leeft.” Dit zegt Nuna uit 4 vwo, die met haar klas een taalkundeproject heeft gedaan. Ze komt aan het woord in het artikel van Carolien Drijfhout. Dat gaat over de nieuwe kerndoelen en eindtermen – de lijst van dingen die leerlingen moeten weten en kunnen – voor het schoolvak Nederlands op Nederlandse scholen. In 2006 werden die doelen voor het laatst herzien, maar de wereld van nu stelt andere eisen. Drijfhout sprak met docenten die al met de nieuwe kerndoelen experimenteren, en zag wat dat opleverde. Meer aandacht voor ‘taalbewustzijn’, meer samenhang tussen leerdoelen en vaardigheden, en leerlingen (zoals Nuna) die zélf taalkundig onderzoek doen.

Zulke verhalen doen deugd, want als het over de taalvaardigheid van leerlingen gaat, is de stemming meestal in mineur. September 2026 verschijnen de resultaten van het nieuwe PISA-onderzoek – de driejaarlijkse internationale peiling naar het leer- en ontwikkelniveau van vijftienjarigen. In Vlaanderen en Nederland neemt de leesvaardigheid al jaren af, blijkt uit dat onderzoek, en een kentering lijkt nog niet in zicht.

De problemen van de maatschappij worden te makkelijk afgeschoven op het onderwijs, wordt wel gezegd, en daardoor is er steeds minder tijd voor basisvaardigheden zoals goed leren lezen. Hoe pakt dat dan uit in een klas waar leerlingen verschillende moedertalen hebben? Steven Delarue bezocht vele meertalige klassen en zag hoe het ook kan: door de thuistalen niet te negeren maar juist een rol te geven in het onderwijs, werd het leren effectiever.

Zo is het ontwerpen van onderwijs een voortdurend zoeken naar evenwicht. Tussen focus en samenhang, tussen thuis en school. Eén ding hoop ik: dat nog veel meer leerlingen net als Nuna gaan ontdekken dat taal meer is dan regels. Dat het leeft.

Vibeke Roeper, directeur
vibeke.roeper@onzetaal.nl