Ezelsbruggetje (Reactie)

Jos de Geus - Rotterdam

In het artikel ‘Geven we hun of hen een pakje?’ (Onze Taal 6, 2025) wordt als ezelsbruggetje voor het onderscheid tussen meewerkend en lijdend voorwerp gegeven: “als je er aan voor kunt zetten, is het een meewerkend voorwerp.”

Wat mij verrast, is dat nergens in het artikel dat andere ezelsbruggetje wordt genoemd. Namelijk: als je de zin passief maakt en hen/hun daarin het onderwerp wordt, dan was hen/hun in de oorspronkelijke zin een lijdend voorwerp. ‘Lizzy heeft hen gezien’ wordt bijvoorbeeld ‘Zij zijn door Lizzy gezien’. Maar in ‘Lizzy geeft hun een boek’ wordt boek onderwerp van dezelfde zin in passieve vorm en niet hun: ‘Het boek wordt hun/aan hen door Lizzy gegeven.’

Gorkum (Gesignaleerd)

Ger Hungerink - Leiden

Mijn grootouders kwamen uit Gorinchem. Al vroeg leerde ik dat je dat als ‘Gorkum’ uitspreekt, en niet als ‘Gorin-chem’ (met twee harde g-klanken). Maar de oorsprong van Gorkum gaat terug op Gorinks Heem, ‘de woonplaats van Goringa’, wat weer komt van de naam Goor. Als je kijkt naar de herkomst van de plaatsnaam, zou je dus eerder de uitspraak ‘Gorinc- hem’ verwachten.

Wil je de uitspraak zo weergeven, dan vereist dat een scheidingsteken. Dat kan natuurlijk met een streepje. Leuker is het om de h een trema te geven, in navolging van een woord als reëel. Die vorm is er alleen niet; daarom stel ik Gorincħem voor. 

Kippen of ganzen? (Reactie)

Jan De Craemere - Zwevegem

In Onze Taal nummer 2 (2026) schrijft Ronny Boogaart over een postercampagne met een vos in de hoofdrol in de Zeeuwse gemeente Hulst. Hij noemt daarbij het spreekwoord ‘Als de vos de passie preekt, boer pas op je kippen!’ Ik ken een andere variant: ‘Als de vos de passie preekt, boer pas op je ganzen!’ Het is ook de versie die de Belgische kunstenaar Kris Ferket heeft geïnspireerd bij het maken van zijn sculptuur in Hulst.

Foto: Vitaly Volkov

Geen gescheiden scholen (Reactie)

Coby Kortleven - Waddinxveen

Wat een leuk artikel over de taal van verschillende generaties in het vorige nummer (Onze Taal 2, 2026). Ik ben van de babyboomgeneratie (1946-1964) en heb dus ook nog goed de stille generatie (1928-1945) gekend. Ik zou toch een eenzijdig feitje willen nuanceren: in het artikel staat dat jongens en meisjes van de stille generatie naar aparte scholen gingen. Dat was inderdaad in een deel van het land het geval, met name onder de grote rivieren, waar de rooms-katholieke kerk veel invloed had. Maar in het grootste deel van Nederland was dat niet gebruikelijk. Op de ‘lagere school’ (mijn school was gesticht in 1913) zaten jongens en meisjes gewoon bij elkaar, en bij alle openbare en christelijke scholen was dat zo. Dus laten we het niet aparter maken dan het was ...

Zitten, liggen, staan (Reactie)

Ard van der Steur - Warmond

Ik heb genoten van het artikel van Fieke Van der Gucht over zitten, liggen en staan (Onze Taal 2, 2026). Ik kijk nu met andere ogen naar vogels die op een tak staan in plaats van zitten. Ook in overdrachtelijke zin wordt er vreemd omgegaan met deze werkwoorden. Waarom zit je bijvoorbeeld in de rats, sta je voor een uitdaging en lig je in scheiding?

Angst voor hippe woorden (Reactie)

Ilona Kastelic - Julianadorp

In zijn gastcolumn roept Hendrik Groen op om een mooie naam te bedenken om de angst voor hippe woorden uit te drukken (Onze Taal 2, 2026). Omdat hij eigenlijk schrijft over de angst om de plank mis te slaan, vind ik juxtadicefobie toepasselijk. Het is een samentrekking van de Latijnse woorden voor ‘naast’ en ‘zegswijze’.

Bodywarmer (Reactie)

Johan Schipper - Coevorden 

Mijn schoonzoon is een Schot en dus Engelssprekend. Daarom vroeg ik hem of hij het woord bodywarmer kent. Dit naar aanleiding van de brief van Esmée van der Hoeven uit Berkeley (VS) in Onze Taal nummer 2 van 2026, waarin ze stelt dat dit woord in het Engels niet bestaat. En ja hoor, dat woord kende mijn schoonzoon maar al te goed! Vest, zei hij, zal wel Amerikaans-Engels zijn.

Wielerpalindroom [1] (Reactie)

Ronald Boot - Aalst-Waalre

In de beeldpuzzel van het vorige nummer (Onze Taal 2, 2026) waren volgens de redactie zestien palindromen verwerkt. Wij kwamen nog een zeventiende optie tegen, namelijk het beennummer van de renner: 9 (negen).

Wielerpalindroom [2] (Reactie)

Wouter Schrover - Rotterdam 

Bij het zien van de wielrenner in de geweldige beeldpuzzel over palindromen (Onze Taal 2, 2026) moest ik denken aan een mooie Vlaamse wieleruitdrukking waar ook een palindroom in zit: aan de rekker hangen. Het gaat om een renner die het tempo van het peloton of een groepje net niet meer of nog maar net kan volgen. Zo’n coureur hangt aan het elastiek: in België ook wel ‘de rekker’ genoemd. In de jaren negentig deed menig profrenner dat trouwens op wielen van het Nederlandse merk ADA, in klassieke koersen zoals LBL (Luik-Bastenaken-Luik). Het kan haast geen toeval zijn dat de nationale kampioenschappen wegwielrennen afgelopen jaar in Ede plaatsvonden. Het zou zomaar de plaats kunnen zijn waar de beeldpuzzel zich afspeelt. Of snelt de renner door de Taartstraat?

Waalwijk/Wolwijk (Rectificatie)

In de rubriek ‘Taalnieuws’ van het vorige nummer (Onze Taal 2, 2026) stond dat de dialectnaam Wolluk werd geplakt over het plaatsnaambord van het Noord-Brabantse “Wolwijk” – dat moest natuurlijk Waalwijk zijn. Veel dank aan de lezers die ons op deze fout wezen!

Reageren op de inhoud van Onze Taal? Opmerkelijk taalgebruik melden? Stuur een bericht naar redactie@onzetaal.nl o.v.v. ‘Lezerspost’.