
Lezerspost
Brieven van Onze Taal-lezers
Buikschuiver (Reactie)
Eep Francken - Leiden
Uw mooie nummer 2 (2026) geeft me een opmerkinkje in. Het woord buikschuiver betekent ‘bromfiets’, stelt Kristel Doreleijers in haar artikel over generatietaal, maar dat is te vluchtig omschreven. Het gaat daarbij namelijk om een bepaald type bromfiets, met een laag stuur en een duozitting. Onder bromfietsjongens in de jaren vijftig bestond een tweedeling, waarbij aankomende ‘intellectuelen’ zich onderscheidden met een hoog stuur, liefst een Puch. Op berijders van de populaire buikschuiver keken ze een beetje neer: die waren ordinair.
Suiker (Reactie)
Aris Gaaff - Rijswijk
In het artikel over de uitdrukking niet van suiker (Onze Taal 2, 2026) schrijft Ewoud Sanders dat “suiker smelt van water, net als zout”. Maar dat klopt niet: beide lossen op in water. We spreken van ‘oplossen’ als een vaste stof – suiker of zout, of wat dan ook – voor het oog verdwijnt in een vloeistof. Er is daarbij dus altijd sprake van een tweede stof: het oplosmiddel.
Smelten doet een stof in haar eentje. Bij verhitting gaat ze over van vaste (kristal)vorm naar diezelfde stof in vloeibare vorm. Zo smelt ijs bij 0 °C, dan wordt het water. Om keukenzout (natriumchloride) te laten smelten, moet je het onder normale omstandigheden verhitten tot zo’n 800 °C. Het smeltpunt van suiker ligt een stuk lager, bij ongeveer 185 °C, maar vóór die tijd begint het al chemisch te veranderen: het karamelliseert. Dat is, na afkoeling, het knapperige laagje dat we op de crème brûlée aantreffen. Kortom, wie van suiker is moet water mijden, maar hoeft voor smelten niet te vrezen.
Verhaspeling (Reactie)
Ruud Mulder - Eindhoven
Ik heb met veel plezier het stuk over (nieuwe) spreekwoorden en uitdrukkingen (Onze Taal 3, 2026) gelezen. Het deed me denken aan een voorbeeld waarbij een nieuwere verhaspeling twee oude spreekwoorden vervangen heeft. Namelijk: ‘Dat klopt als een bus.’ Dat is een grappige contaminatie van ‘Dat klopt als een zwerende vinger’ en ‘Dat sluit als een bus.’ Zo kunnen dus kennelijk ook nieuwe uitdrukkingen ontstaan.
Zelf propageer ik al jaren ‘Ouderdom komt met de jaren (en de tegenhanger ‘Verstand komt met gebreken’).
Familieruzie (Reactie)
Sipco Hellinga - Arnhem
In de lange lijst met vaste formuleringen die onder de titel ‘Van de wieg tot het graf’ in nummer 3 van Onze Taal (2026) stond, las ik al in de eerste regel: “Moeder en kind maken het goed.” Ik bedacht daarbij: zó, die hadden al snel ruzie!
Spoileralert (Gesignaleerd)
Dina Pollak - Amsterdam
Ik sprak met een jongetje van elf jaar, en ik wist dat zijn groepachtmusical eraan zat te komen. “Weet je al welke rol je krijgt?”, vroeg ik hem. Toen hij wilde antwoorden, stoven zijn ouders op. “O jee, nu volgt er een spoileralert”, zei zijn vader.
Ik was in verwarring: ik wist niet dat de rol in de musical een verrassing had moeten blijven voor de ouders. Maar ik was ook verbaasd over het gebruik van het woord spoileralert. Als het jongetje had onthuld welke rol hij zou hebben, zou dat een spoiler zijn geweest. De spoileralert is alleen maar een waarschuwing dat er een spoiler aankomt. Als op Wikipedia bijvoorbeeld het verhaal van een serie wordt samengevat, klinkt de spoileralert zo: “Leeswaarschuwing: onderstaande tekst bevat details over de inhoud of de afloop van het verhaal.”
Op internet zie ik de woorden soms ook door elkaar gebruikt worden. In 2023 verklapt iemand bijvoorbeeld op een forum dat Herman van der Zandt de nieuwe presentator wordt van De slimste mens, waarop iemand reageert: “Hè bah, wat een spoileralert.” En iemand die een recept plaatst met de kop “Venkelsalade met gerookte zalm, appel, druif en walnoten”, schrijft in de eerste regel: “De titel is al praktisch het recept, haha. Wat een spoileralert.”
Intussen gaf het jongetje uit groep acht noch een spoiler, noch een spoileralert over zijn musical: de rolverdeling was nog niet bekend.
Arms en beens (Reactie)
Bob van Dijk - Almere
Wouter Deprez’s geestige stukje in het vorige nummer (Onze Taal 3, 2026) sprak me bijzonder aan: over meervouden maken van zelfstandige naamwoorden door er gewoon een letter s achter te plakken, zoals brils, konijns, vorks en sloks.
Toen wij vanuit Midden- Nederland in 1980 in Groningen kwamen wonen, hoorden we in de buitengebieden heel vaak mensen praten over arms en beens waar ze ‘armen’ en ‘benen’ bedoelden.
Er waren nog meer van deze voorbeelden die ik mij momenteel niet meer herinneren kan. Weten andere Onze Taal-lezers er nog een paar?
Koude voeten (Reactie)
Rob Kammelar - Warnsveld
Met plezier én herkenning las ik Martin ter Denges column over zinsconstructies als ziek hebben in het vorige nummer (Onze Taal 3, 2026).
Rond 1960 zat ik op het gymnasium in Zutphen. Een klasgenoot woonde in een dorp zo’n kilometer of tien verder de Achterhoek in. Hij kwam dagelijks naar school op de brommer.
Op een koude ochtend in november reden we tegelijkertijd de fietsenkelder in. Toen hij van zijn brommer stapte, begon hij als een bezetene te stampvoeten.
Op mijn vragende blik reageerde hij met: “Ketteveutekolt” (‘Ik heb de voeten koud’).
Kogels (Reactie)
Martin Boerman - Geldrop
Teksten achterlaten op munitie (‘Een kogel met je naam erop’, Onze Taal 3, 2026) is een eeuwenoud fenomeen. Zo werden tijdens opgravingen in de Italiaanse stad Perugia kogels met opschrift gevonden die gebruikt zijn tijdens de Perusijnse oorlog in de jaren 41-40 v.Chr. Tijdens deze oorlog belegerden troepen van de latere keizer Augustus de stad Perugia, waarin strijdkrachten van zijn tegenstanders zich hadden verschanst. Beide partijen bestookten elkaar met projectielen, waaronder loden kogels met daarop obscene teksten die de bevelhebbers van de tegenpartij beledigden. Bijvoorbeeld: “Ik mik op de kont van Octavi(an)us.” Deze zogenoemde glandes Perusinae (‘Perusijnse kogels’) zijn nu in het archeologisch museum van Perugia te bekijken.
Reageren op de inhoud van Onze Taal? Opmerkelijk taalgebruik melden? Stuur een bericht naar redactie@onzetaal.nl o.v.v. ‘Lezerspost’.
