Dit jaar is het 95 jaar geleden dat Onze Taal werd opgericht. Het was de eerste jaren een select herenclubje, dat uit liefde voor het Nederlands ten strijde trok tegen alle Duitse invloeden die de taal overspoelden. Het portret van hun aanvoerder, journalist Cornelis Karel Elout, hangt nog altijd in het Onze Taal-kantoor.

Stel dat die leden van het eerste uur dit nieuwe nummer van ‘hun’ tijdschrift in handen zouden krijgen, zouden ze dan met hun ogen rollen vanwege het vele Engels in het taaljaaroverzicht? De ‘kunstmatige intelligentie’ van GPT-NL, zoals beschreven door Erica Renckens, zou dat een buitenaards fenomeen lijken? Boeken die je tijdens een rondje door het park ‘met je oren’ leest, waar Sjoukje Croux over schrijft: een regelrecht mirakel? En zouden ze überhaupt de straat nog wel op durven? Daar wordt tegenwoordig kennelijk een heel nieuwe taal gesproken, zoals beschreven in het artikel ‘Hoe straattaal heel Nederland veroverde’.

Je kunt het zien als een ironische speling van het lot dat de vereniging die werd opgericht om het Nederlands voor verandering te behoeden, anno 2026 juist graag verslag doet van allerhande taalveranderingen, en taalvariatie niet als probleem maar als rijkdom ziet.

Toch denk ik dat Elout en zijn kompanen minder zwart-wit zouden oordelen dan zijn strenge portret en de militante eerste afleveringen van Onze Taal doen vermoeden. Want ongetwijfeld zouden ze een glimlach niet kunnen onderdrukken bij het poëtische experiment waarover Guus Middag schrijft, en ze zouden het taalhistorische onderzoek naar roversbendes vast razend interessant vinden. En bovenal – hoop ik toch – zouden ze herkennen dat ook 95 jaar later de liefde voor taal bij Onze Taal nog springlevend is.

Vibeke Roeper, directeur
vibeke.roeper@onzetaal.nl